Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leffen, in den Phenix, in de Kloksteeg te Leiden, om 8 uur in den morgen en 2 uur in den namiddag, verkocht zouden worden. Later verscheen hiervan nog een uitgave te Amsterdam en een te Nijmegen.

[Smetius, J.] Thesaurus antiquarius Smetianus, seu notitia elegantissimae supellectilis Romanae et rarissimae pinacothecae antiquariae, privato liberalipretioplurimoque labore oi Gav/uuji'ov ov Maxagüov Johannes Smith a Kettenis tria et triginta annorum curriculo in veteri Batavorum Oppido collectae. Amstelod. s. a. KL 8°.

Een exemplaar van dit zeldzame werkje berust in de bibliotheek van het Gem. Museum. Het bevat enkele aanteekeningen van de hand van Smetius. Aan het einde vindt men vijf teekeningen van Kom. lampen, enz. en in een andere hand dan die van Smetius de volgende aanteekeningen: A°. 1653, 24 Augusti, is door last van den Hertog van Holstain ten huize van J. Smetius, F(ilius) gekomen Adam Oleanus, en heeft, met een nauwkeurig oog de Antiq. doorziende, voor de medaillies geboden 5000. gl. te geven.

Derck Martyn, uyt last van seker clooster 6000 gld.

A". 1661, '22 Maart, C. Klerck '2000 Rijksdlrs.

Nog eens van seker clooster voor de dubbelde penningen 3000 gl."

Antiquitates Neomagenses sive notitia raris-

simarum rerum antiquarum, quas in vetere Batavorum Oppido studiose comparavit Johannes Smetius, pater et filius. In qua annuli, gemmae, amuleta, claves, styli, tintinnabula, fibulae, lampades, arae, marmora, mensurae, pondera, statuae, sigilla, lagenae, vasae, atque alia antiquorum monumenta explicantur, et varia Romanorum numismata, hactenus non visa, illustrantur. Noviom. Batav. 1678, 4°. Met 4 platen.

Gronovius, J. Disquisitio de icuncula Smetiana, quam Harpocraten indigitarunt, ubi et ipsius vera facies evulgatur et quod in ea lateat aenigma explicatur, ad eruditissimum et politissimum virum JacobumHenricium. Lugd. Batav. 1693, 4°.

Afbeelding van dit beeldje in Arkstee Oude Hool'dst. der Batav. 1732, bi. 60; 1788, bi. 55.

Cannegieter, H. Epistolae ad illustrissimum comitem Ottonem Fredericum de Lynden, de are ad Noviomagum Gelriae reperta, aliisque inscriptionibus nuper effossis. Arnh. 1766, 8".

Sluiten