Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijleveld, J. F. Iets over de Nijineegsche vestinggronden, naar aanleiding van de door Z. E. den Minister van Finantiën_ op 2 Mei 1877, in de Tweede Kamer en op 26 Mei 1877 in de Eerste Kamer der Staten Generaal uitgesprokene redevoeringen, bij de behandeling van het wetsontwerp tot bekrachtiging van den onderhandschen verkoop aan de Gemeente Nijmegen, van een perceel voormaligen vestinggrond aldaar. Arnh. 1877, 8°.

NIJMEEGSCHE GESCHIEDENIS.

Scheltema, J. Opmerkelijke bewaring van Nijmegen in

1622. Geschiedk. en Letterk. Maandschr. III.

Smetius, J. Chronyck van de stadt der Batavieren: waer in (nevens de beschryving van Nymegen) de eerste oorspronck van dese landen, de achtbare oudtheydt van dese stadt, de voortreflickheyt van haere privilegien en de voornaemste geschiedenissen van de voorige eeuwen kortelick vertoont worden. Nym. z. j. 12°.

In 16G7 ontving Smetius, blijkens het sted. rekenboek, 150 gl. »voor de dedicatie van seeckere Cronyk van de oude stadt der Batavieren, met presentatie van eenige exemplaren." Bovenstaand werkje evenwel moet uitgegeven zijn na 1678, aangezien op blz. 53 de Antiquitates Neomagenses aangehaald worden, die in genoemd jaar het licht zagen.

— Chronyck van de stad der Batavieren, waer in

nevens de beschrijving van Nijmegen, de eerste oorsprong van deze landen, de grijze oudheid dezer stad, de voortreffelijkheid van haare vrijheden en voorrechten, en de gedenkwaardigste gebeurtenissen, van de vroegste tijden af, kortelijk aangetoond worden. Uit de eigenhandige aanteekeningen verbeterd en vermeerderd, voorts vervolgd tot den jaare CIOIOCCLXXXIV [door J. in de Betouw]. [Betouw, J. in del, Vervolg der Kronijk van Nijmegen tot

den jare 1818, 8".'

Scheers, J. H. A. Bijvoegsel tot de Kronyck van Nijmegen,

van 5 Oct. 1794 tot 29 Dec. 1853. Nijm. Nieuwsbode. Schevichaven, H. D. J. van, Tweede vervolg der Kronijk van Nymegen, tot en met den jare 1900. Nijm. 1901, 8°.

Sluiten