Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den eigenlijken, oorsprovkelijken zin zoeken in de aan den natuurmensch eigen wereld van denken en gelooven, d. i. in liet Animisme.

§ 3. Verklaringen van het vasten.

De geleerden, die een verklaring hebben trachten te geven van het vastengebruik, hebben hunne beschouwingen in hoofdzaak gegrond op gegevens, aan het leven van den natuurmenscli ontleend. Wij konden niet anders verwachten. Te meer moet het nu bevreemden, dat men op grond van denzelfden kring van verschijnselen over den eigenlijken zin en de herkomst van het vasten verschillend heeft geoordeeld.

Bepalen wij ons voorloopig tot de mededeeling van de onder scheiden verklaringen, die van bet gebruik gegeven zijn.

1. In de eerste plaats noemen wij de theorie van H. Spencer. 1)

Deze geleerde houdt het niet voor onmogelijk, dat men op meer dan ééne wijze tot het vasten is gekomen. Hij herinnert er aan, dat de natuurmensch dikwijls op het onverwachtst aan gebrek ten prooi is. Honger lijden verheldert in hooge mate het bewustzijn, en schijnt zeer bevorderlijk voor droomen.

In droomen nu meent de natuurmensch in direkte betrekking te treden met de bovennatuurlijke wereld, met allerlei geesten.

De toevallige ervaring van het verband, dat er bestaat tusschen honger lijden en het in betrekking komen met de geestenwereld, dit zou, meent Spencer, den natuurmensch er toe hebben gebracht het vasten in praktijk te brengen, wanneer hij „interviews witli the spirits" wenschte.

Met dit motief toch wordt door vele wilde volken gevast. Maar afgescheiden van deze soort vasten, is er een onthou-

') H. Spencer, Principles of Sociology, I, p. 284— 286.

Sluiten