Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen tegenover den doode na te komen, zonder dat de nabestaanden daardoor tot volslagen gebrek vervallen. Terwijl Spencer het vasten op zuiver natuurlijke wijze zijn oorsprong laat nemen in de strenge doodenoffers en het dus herleidt lot een gedwongen onthouding, ziet Wil ken het aan voor een praktischen maatregel van den natuurmensch; vandaar dan ook. dat de eerste het afleidt uit de doodenoffers. die nog gebracht werden onmiddellijk na hel intreden van den dood, bij de begrafenis, Wilken daarentegen uit de praktijk, die uitstel der offers toeliet.

Rij de beoordeeling van Wilken's vastentlieorie merken wij in de eerste plaats op. dat hij bij zijn beschouwing stilzwijgend uitgaat van de gedachte, dat een gebruik als het onze gelijk met andere rouwgebruiken is ingesteld uit zuiver praktisch motief, nl. om den doodengeest niet te prikkelen. Het moet betwijfeld worden, dat dergelijke praktijken enkel haar ontstaan danken aan een reflecteerend bewustzijn, dat voor een bepaald doel de beste middelen znekt.

In de tweede plaats brengen wij in herinnering, dat Wilken's verklaring ons den oorsprong van het doodenvasten niet heeft ontdekt, hoezeer zij overigens door liet verband, dat gelegd wordt tusschen vasten en doodenfeest, wat den oorsprong aangaat, wijst in de richting van Spencer's theorie. Toegegeven werd evenwel, dat Wilken's beschouwing zou kunnen worden aanvaard voor lateren tijd, d. w. z. dat vasten, toen het eenmaal in zwang was, in praktijk werd gebracht, omdat men het niet gepast vond vóór den afloop der doodenoffers het leven op de gewone wijze voort te zetten. Nu mag evenwel met reden worden gevraagd, of dit een verklaring van het gebruik kan heeten. Wordt toch van een gebruik verklaring gezocht, dan is men gewoon nasporingen te doen omtrent de vermoedelijk meest oorspronkelijke gedachte aan het volbrengen daarvan verbonden; in ons geval, men zoekt dan naar de oudste reden van vasten.

Sluiten