Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scliouwd worden als een offer gebracht aan den doode als god, maar veeleer als een offer gebracht ten behoeve van de ziel van den gestorvene.

Het is noodig en van belang liier melding te maken van een in enkele opzichten nieuwe beschouwing van de animistische denkwijze. Alb. C. Kruyt 1) is op grond van onderzoekingen vooral bij de Toradja's van Midden-Celebes tot de slotsom gekomen, dat de oudere meer gewone beschouwing van ,,de ziel van den afgestorvene" ten deele onjuist is. Uitgaande van het bekende verschijnsel, dat o. a. in Indonesië den mensch ,,drie zielen" worden toegekend, gaat hij betoogen, dat men verkeerd doet voor elk der drie beginselen liet woord „ziel"' te gebruiken, daar zij geenszins alle drie dekken datgene, wat men gemeenlijk onder „ziel" verstaat, t. w. : ,,de geestelijke mensch met een voor menschenoogen onzichtbaar lichaam, die zich van het stoffelijk lichaam losmaakt bij den dood en voortbestaat."2) Aldus gedefinieerd kent ook de Indonesiër den mensch slechts ééne ziel toe, de „angga." De tweede kan worden genoemd de „adem", die Kruyt verder buiten bespreking laat, terwijl de derde, die in zijn studie een voorname rol speelt, kan omschreven worden als de „substantie, waardoor de stoffelijke mensch leeft, de pantheïstische ziel. een deel van het groote onbegrepen levensbeginsel",3) de „levensaether"4) of „zielestof".5)

Wat de eigenlijke „ziel" betreft, deze speelt, volgens Kruyt, een betrekkelijk geringe rol in het animistisch leven, omdat men van haar gelooft, dat ze gaat naar het „ziele-

') Alb. C. Kruyt, Het koppensnellen der Toradja's van MiddenCelebes en zijne beteekenis Verslagen en Mededeelingen der Kon Akad. v. Wetenschappen, Letterkunde. 4e Reeks, 3e Deel, 1899, blz. 147—229.

5> Blz. 197. - ') Blz. 197. — ') Blz. 199.

,v) Alb. C. Kruyt, De rijstmoeder in den Indiscben Archipel, Versl. en Meded. d. Kon. Ak. v. W. Letterkunde, 4C reeks, 5e deel, 1903, blz. 361 v.

Sluiten