Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dooilenfeesten, en begrafenismalen. Het is voldoende, er aan te herinneren, dat de doodenfeesten eigenlijk doodenoffers zijn; hetzelfde geldt van het begrafenismaal. ') In het algemeen zal moeten worden erkend, dat de meest natuurlijke en daarom oorspronkelijke gewoonte geweest zal zijn, het doodenoffer te brengen bij of onmiddellijk na de begrafenis, 2) terwijl de laatste kort na het intreden van den dood volgde. Wanneer dus onder de gegevens uit animistisclien tijd evenzeer voorbeelden bekend zijn, dat men het doodenoffer uitstelde, om de noodige voorbereidingen voor een waardig offer te treffen, dan moet dit beschouwd worden als een afwijking van het oorspronkelijk gebruik. Hiermede hangt ten nauwste samen de vraag naar den omvang der offers. Het offer, ter eere of ten behoeve van den doode gebracht, komt voor zoowel in gestrengen als in meer milden vorm. Zijn aan den eenen kant van de natuurvolken voorbeelden bekend, waarbij het aan menschenoffers niet heeft ontbroken, terwijl bovendien den doode een bepaald contingent aan dieren, voedsel, een verscheidenheid van kleedingstukken, sieraden, huisraad, enz. werd medegegeven, aan den anderen kant staan daartegenover de bewijzen van offers van een meer bescheiden omvang en o. a. zonder menschenoffers. Eensdeels zal, al naar de rang of de positie van den doode in dit leven was, ook datgene, wat hem werd medegegeven, in hoeveelheid, in pracht of eenvoud, in aard verschillend zijn geweest. Het leven toch aan gene zijde van het graf werd gedacht in dezelfde positie en op dezelfde wijze te worden voortgezet als het hier in dit bestaan was geëindigd.

Daarnaast evenwel mag veilig worden aangenomen, dat de

') „Die Todtenfeste sind nichts anderes als Todtenopfei ", G A W i 1 k e n, Ueber das Haaropfer, u. s w. Revue Col. Intern. 1886, II, S. 255.

') 1. c.

Sluiten