Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(loze uitdrukking nergens elders voorkomt, volgens Matthes den bedoelden zin niet kan hebben, omdat ©ijk nooit smart, maar ongeneeslijk beteekent, en eindelijk de beteekenis „brood der lieden" alles voor zich heeft, moet de punctuatie D'CiN 'b worden gehandhaafd. En bovendien, ook al was de andere opvatting de juistere, dit doet aan de beteekenis van het 'N niets af: uit de andere teksten zal blijken, dat hettreurbrood of brood der smarten hetzelfde is als het brood der lieden. Wanneer het vasten als rouwgebruik dus eigenlijk zooveel is als onthouding van onreine spijs, dan moet 'x 'S reine spijze zijn.

Dit kan indirekt ook worden opgemaakt uit Deut. 26 : 14. Vs. 13v. wordt bepaald, dat de Israëliet, zoodra hij gereed is met het afzonderen van den geheelen tiend van zijn gewas in het derde jaar en hij het den Leviet, den vreemde, den wees en de weduwe heeft gegeven, voor Jahwe moet verklaren: ,,ik heb het heilige uit mijn huis weggedaan (»mya); ook heb ik het den Leviet, enz. gegeven geheel overeenkomstig het gebod, dat gij mij gegeven hebt" x). En dan vs. 14 : ,,ik heli er in mijn rouw niet van gegeten, nooit als onreine er iets van weggedaan (vnya) en niets er van gegeven aan een doode." In het laatste lid dezer verklaring wordt niet de doodenverzorging 2) als zoodanig veroordeeld. Wanneer men aan den doode van het heilige gaf, dan was dit ontwijding van het heilige, want dan werd het gebracht naar een onreine plaats, het graf, en diende tot voedsel voor een onreine, den doodengeest. Terwijl men in onreinen staat is, NOU3 het heilige wegdoen, geldt natuurlijk evenzeer als zwaar vergrijp: wie onrein is, verontreinigt op zijn beurt alles wat hij aanraakt, Num. 19 : llv.; Hagg. 2 : 14. Alleen wanneer men rein is, mag men het heilige behandelen en — gebruiken. Dit laatste volgt ook uit

') vg. Deut 14 : 28

a) Hierover blz. 14 lv.

Sluiten