Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. a. Lev. 11 genoemde dieren en die. welke gevolg is van de openbaring van het geslachtsleven. In dier voege kan men de gevallen onder bepaalde hoofden rangschikken. Daarmede wordt evenwel niet de oorzaak der onreinheid aangegeven. Zoo zal het b.v. voorshands nog wel een onopgelost vraagstuk blijven, op welken grond in Lev. 11 tusschen rein en onrein onderscheid wordt gemaakt. Spreekt men dus van de onreinheid des doods, dan wordt daarmede nog volstrekt niets gezegd omtrent hare oorzaak. Zoolang men niet weet aan te geven, waarom de dood verontreinigt en de levensmiddelen in het sterfhuis onrein worden, blijft ook onbeslist, welke de eigenlijke reden van het doodenvasten is.

§ 3. Oorzaak van de onreinheid des doods.

De onreinheid van den dood werd tot voor eenige jaren meestal verklaard uit de walging en de afkeer, die het proces der ontbinding bij de levenden opwekt. Dit gevoelen is onhoudbaar gebleken. Het geldt niet meer. Reeds het feit, dat in het Oosten de doode onmiddellijk of kort na het overlijden wordt begraven, pleit er niet voor. De verschillende argumenten daartegen kan men vinden o. a. bij Schwally, L.n.d.T.S.82f.; J. C. Matthes, de begrippen rein en onrein in 't O. T„ Theol. T. 1809, blz. 305v.

Een latere beschouwing ziet in de onreinheid des doods een betrekkelijk jong verschijnsel. De verontreinigende invloed van den dood was oorspronkelijk een heiligende. Zij gaat uit van de onderstelling, dat den afgestorvene, die blijft voortbestaan, goddelijke eer wordt bewezen, dat hij god geworden, vereerd wordt. Oorspronkelijk zou de doodenvereering algemeen geweest zijn. maar sedert de opkomst van het Jahwisme is een steeds scherper wordende tegenstelling ontstaan tusschen den doode en Jahwe. De eene godheid

Sluiten