Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den mensch is ontleend aan eenvoudige waarneming van den mensch als levend wezen. Datgene, waaruit blijkt, dat de mensch meer is dan basar, dat hij leven is, is juist de adem. Het leven en het levensteeken, als wezen en uiting, worden als een en hetzelfde aangeduid door de syn. nephes, enz. Voorbeelden van die grondbeteekenis o. a. bij Grüneisen, S. 23 f. Doch al stemmen de grondbeteekenissen overeen, in het gebruik der synoniemen komt aan het licht, dat nephes, ruah en nesama niet eenvoudig door elkaar kunnen worden gebruikt. Naast de gewone overeenkomst laat zich een wezenlijk onderscheid vaststellen, vooral tusschen nephes en ruah. Worden de laatstgenoemde twee woorden gebezigd als uitdrukkingen voor de in den mensch werkzame levenskracht, als dragers van de functiën van het menschelijk organisme, nephes is meer de bron van alle uitingen van het animale leven en der aandoeningen, terwijl de geestelijke werkzaamheid van den mensch op rekening van de ruah komt. Deze wellicht secundaire beteekenis moet gegrond zijn in een wezenlijk verschil in beteekenis.

Na het intreden van den dood staat de ademhaling stil. De adem, als levensteeken, wordt niet meer opgemerkt: nephes, zoowel als ruah verlaten den mensch, Gen. 35 : 18; Ps. 146 : 4, e. a. Maar terwijl in meerdere voorbeelden de voorstelling aanwezig is, dat met den laatsten ademtocht de nephes sterft, wordt dit nergens met zoovele woorden van de ruah gezegd: deze verlaat slechts den mensch. Nephes met suff. van het pers. voornw. wordt aangewend ter aanduiding dier pronomina zelf. Niet alzoo ruah. Blijkt dus ook hieruit, dat in nephes meer het individueele, persoonlijke tot uitdrukking komt. dit wordt bevestigd door bet gebruik in verbindingen als 'j 's nsn, '3 u^o, waar de beteekenissen resp. „iemand doodslaan", ,,naar het leven staan", „het leven redden", duidelijk doen zien, dat nephes hier genomen is in den zin van het persoonlijke animale

Sluiten