Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trekking tot do doodenverzorging, heeft men dit te recht als in tegenspraak beschouwd niet 7 : 33. Nu wij echter weten, dat niet in den Hebr. t. te lezen staat, wat de Gr. t. leest, is ook dit opgelost.

Hei doodenoffer wordt door Schwally ook teruggevonden in Est. !) : 19. ,,Ueberlebsel derselben scheinen die Geschenke zu sein, die man an Purim einander zuschickt" '). Met het oog op de nog altijd voortdurende onzekerheid van den oorsprong en de beteekenis van het Purimfeest, moet onbeslist blijven, in hoeverre Schwally gelijk heeft.

Er is nog een andere plaats, die zoo uitgelegd kan worden, dat daarin van doodenverzorging wordt melding gemaakt.

Josephus, Oorlog 2 : 1 > i leest men: 'Apyjhxc:

TTS-jbvjTXC -/xp jflépXS STVTX TOU TTXTSfiX, /.X) TVfJ S7TITX^>IS1/ S7-IX7W ITOkllTetij TCf XXfósi TTXpX7XKV &SS Sè 7SÜTS T7XfX Is-J^xisi? 1T0\fatC TTSVIXC XITIO-J llX TO 7Ttij$S£ STTIXV OW MS'J ■Xvxyy.vj?' sl yxp 7rxpx?.si7rci tic o\i%

Daar aan de teksten, die daarvoor gewoonlijk in beslag worden genomen (Hos. !) : 4; Jer. 16 : 7; Deut. 26 : 14: Ez. 24 : 17. 22; 2 Sani. 3 : 35 21 ) een andere uitleg moest worden gegeven, is deze plaats uit Josephus de eenige, waarop men de bewering zou kunnen gronden, dat ook Israël het lijkmaal heeft gekend. Veel bewijskracht mag men er toch niet aan ontleenen. Daar het lijkmaal bij de naburige volken een bekend verschijnsel is :i), kan Archelaüs heidensch gebruik hebben gevolgd. Maar hiertegen pleit de nadrukkelijke verklaring in den tekst, dat „deze gewoonte hij vele Joden een oorzaak is van gebrek."

Nu is de Gr. t. verdacht. De woorden aan het slot:

') L.n.d.T. S 44.

') Blz. 107. Het in den Brief v. Jeremia 32genoemde mflbtimov ■jexfoü heeft geen betrekking op de Joden.

') Grüneisen, S. 137

Sluiten