Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedreven", deze opmerking maakt ons bekend met de aanleiding, dat Saul een vasten oplegt. Wezenlijke strijd met het voorafgaande ontstaat daardoor niet. Gedurende een geveclit van meerdere dagen komt het allicht voor, dat nu eens deze, dan gene partij in liet nauw wordt gebracht. Wanneer men dus aanneemt, dat vs. 24 oorspronkelijk geen sprake is van een misslag van Saul, dan moet de afwijkende lezing der LXX waarschijnlijk op rekening gesteld worden van een overwerker. wien de beteekenis der onthouding ontging en die weinig met Saul ingenomen was. Daar hij niet begreep, waarom Saul het volk liet vasten, en vs. 20 en 30 Jonathan zijns vaders handelwijze als een taktische fout veroordeelt, wordt het duidelijk, hoe hij het opleggen der onthouding als ,,een grooten misslag" kon brandmerken, vs. 24 LXX. Aan den anderen kant was hij vertrouwd met de gedachte, dat Saul door Jahwe was verworpen. Wanneer dus Jahwe hier vertoornd is, dan moet naar zijn meening Saul de oorzaak zijn en niet Jonathan. In werkelijkheid dienen wij echter de rollen om te keeren: Sauls maatregel was correct en Jonathan wekte Jahwe's misnoegen door de overtreding van het verbod.

Vasten als godsdienstige daad gedurende den strijd komt ook bij enkele natuurvolken voor, vg. blz. 71. Van het nieteten vóór men ten strijde ging bij de Arabieren is sprake Hamasa 65 infra en 218 v. Gelijk elders moet waarschijnlijk ook deze vasten als godsdienstige daad worden beschouwd, hoewel de bijgevoegde motiveering der onthouding zulks niet doet vermoeden. *)

') Hamasa (ed. G. W. Freytag, bnd 1 tekst) p 65 infr luidt:

»-c CT ~ *5 oï _ 5 O-C

SJUjMj c-»ji ( wat door Freytag

(bnd II p. 124) aldus vertaald wordt „Juravi me occisos vestros sepulturum non esse. viram igitur einsqne vestimentum suffite!' Behalve voor ons doel minder belangrijke opmerkingen bevat de com-

Sluiten