is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vasten bij Israël

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sauls eed (vloek) heeft de kracht van een gelofte. Doet men de gelofte strikt gestand, dan is ook Jahwe bereid te helpen. Maar het geringste vergrijp tegen den eisch der volstrekte onthouding, hoewel zonder opzet gepleegd, heeft ten gevolge, dat Jahwe toornt en zich terugtrekt. Vasten is dus een Jahwe uiterst welgevallige daad. Niet in dien zin, dat het ,,teeken van verootmoediging" is, want dit is een gedachte, die eerst in lateren tijd opkomt; maar zoo, dat niet-eten zonder meer Jahwe behaagt en hem persoonlijk tegenwoordig doet zijn. Voor Saul is het vasten een middel om zich van de overwinning te verzekeren.

Een soortgelijk karakter heeft het vasten, vermeld in 1 Kon. 21 : 9, 12. Achab is wrevelig gestemd, omdat Naboth geweigerd heeft hem zijn wijngaard te verkoopen. Maar Izebel weet raad. Zij schrijft uit naam van den koning een brief aan de oudsten en edelen van Jizreël van den volgenden inhoud: „Kondigt een vasten af; plaatst Naboth aan het hoofd des volks en zet tegenover hem twee deugnieten, die tegen hem moeten getuigen: Gij hebt God en den koning vaarwel gezegd. Brengt hem dan naar buiten en steenigt hem, opdat hij sterve," vs. 9, 10. De oudsten en edelen van Jizreël gehoorzamen en alles geschiedt, zooals zij bevolen heeft, vs. 12. Dat Naboth aan 't hoofd gesteld wordt, moet volgens sommigen opgevat worden als een hem te beurt vallende onderscheiding, opdat de straf straks des te zwaarder en zekerder zou zijn (o. a. Leidsche Ver t. O. T., Benzinger, Comm. op Kon.). Anderen zijn van oordeel, dat Naboth dadelijk de plaats van beklaagde inneemt (o. a. Kittel, in de Comm. v. Nowack). 't Laatste komt ons het meest waarschijnlijk voor. Deze kwestie is echter voor de vaststelling van de beteekenis der vaste van ondergeschikt belang. Ook bij de beantwoording der vraag, waarom men vast, is men niet eenstemmig. Stade noemt het ,,ein Fasten, welches man ver-