is toegevoegd aan je favorieten.

Het vasten bij Israël

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt voorgelegd, of men zal doorgaan niet het vasten, dat men nu al 70 jaren heeft in acht genomen. Overeenkomstig het vrij algemeen geldend gevoelen, dat in Zach. 7 en 8 het vasten in de 4de, 5de, 7de en 10de maand geschiedde in herinnering aan de rampen, die het volk bij en na de verwoesting van stad en tempel getroffen hebben, zouden volgens genoemde commentatoren deze vasten in de Ballingschap spontaan zijn opgekomen.

Voor het vereenzelvigen van het vasten in Jes. 58 en Zach. 7 en 8 zou als eenige grond kunnen worden aangevoerd. dat bij beide profeten een zelfde oordeel over 's volks vasten wordt uitgesproken en dat de profetieën in nagenoeg denzelfden tijd vallen. Dit is echter een uiterst zwak argument. Want ook Jeremia laat zich, hoewel zijdelings, in gelijken geest over de waarde van het vasten uit (Jer. 14:12v). Daar voor 't overige niets kan worden aangevoerd, dat de onderstelling rechtvaardigt, en algemeene vastdagen met gelijksoortige strekking als de onthouding en zelfkastijding in Jes. 58 ook in vóór-exil. tijd voorkomen (Jer. 14 : 12; 36: 6, 9), moet de opinie van Nowack en Marti als vermoeden zonder deugdelijken grond worden afgewezen. Hoe weinig recht nien heeft hier te denken aan de vastendagen van Zach. 7 en 8, moet wel in t oog springen, wanneer men verneemt, dat M. Jastrow *) kan schrijven, dat ,.it lias been customary to interpret [Jes. 58] as a sermon appropriate to the Day of Atonement". Intusschen is ook dat weer niet juist, en J. zelf merkt op, dat van den verzoendag met geen enkel woord wordt gerept.

Even willekeurig en met niets te verdedigen is de meening, dat deze vastendagen gedurende de Ballingschap door de leidslieden waren ingesteld (!), ,,als Mittel fiir die Belebung des Gemeinsinns und des Eifers fiir die Zukunft, als Mittel

') M. J astrow, The original charaeter of the Hebrew Sabbath, Tlie American Journal of Theology, 1898, II p. 324.