Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelieele bevolking en tot de priesters: wanneer gij in de 5de en 7de maand, nu reeds 70 jaren, hebt gevast en rouw bedreven, hebt gij mij gevast? En wanneer gij eet en drinkt, zijt gij het niet, die eet en drinkt? Zijn dit niet de woorden, die .Jahwe heeft doen prediken door de vroegere profeten, toen Jerusalem nog bewoond en ongestoord was, met de steden rondom haar, en het Zuiden eu de Laagte nog bewoond waren? En liet woord van Jahwe kwam tot Zacharja !): Zoo zegt Jahwe der heirscharen: Velt eerlijke vonnissen, betracht liefde en erbarmen jegens elkander; onderdrukt weduwe noch wees, vreemde noch arme." En dan Zach. 8 : 19: „Zoo zegt Jahwe: de vasten van de 4.1e. 5de, 7de en 10de maand zullen voor t huis Juda in vreugde en blijdschap verkeeren. — De tekst laat hier en daar aan duidelijkheid te \v ensehen o\er. is wellicht niet ongeschonden overgeleverd (vs. 2, 3). Maar ten aanzien van de hoofdzaak, de vraag van het volk en het antwoord van den profeet, is de Ilebr. t. zeker oorspronkelijk. \ s. 3 in den vragenden vorm toch: „zal ik weenen, enz." past beter bij het antwoord van den profeet dan een vertaling naar de opvatting der LXX, die in vs. 3 oen aankondiging leest : xss t: xy'ixvux en dus

in pl. v. nuasn wellicht een Ilebr. t. met ns N3 beginnende vóór zich had.

Wanneer de profeet Jahwe laat vragen: „hebt gij mij ge\ast.J dan zou van de zijde van het volk en de priesters het antwoord ongetwijfeld moeten luiden: ja. Immers men ïaadpleegt het orakel van Jahwe, en had hun vasten niet hem gegolden, dan was ook de vraag aan hem misplaatst geweest. In de bedoeling van den profeet echter moet die vraag ontkennend beantwoord worden. Niet dat Jahwe naar

1 Hoewel hier met vs 8 een nieuwe profetie begint, is deze toch één met de voorafgaande, evenals die in vs. 4v. met die van vs lv. Bovendien moet wellicht vs 8: „En het woord van Jahwe kwam tot Zacharja" worden geschrapt.

Sluiten