Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vs. 22. In dit bizonder geval verleent Jahwe hnlp, laat hij zich verbidden, omdat Esra en de zijnen in gebed en vasten zich wezenlijk verootmoedigd hebben. In vs. 24 is dis d. i. niet-eten slechts middel, de verootmoediging (m:ynn) hoofdzaak. In tegenstelling niet 1 Sam. 14 : 24; 1 Kon. 21 : 9, 12. 27; Ex. 34 : 28, en in aansluiting aan Jer. 14 : 12; Jes. 58 en Zach. 7 en 8, die een wijziging in beteekenis deden verwachten, heeft hier onthouding op zich zelf geen zelfstandige waarde meer. Der Joden begeerte „Jahwe te zoeken", hunne wezenlijke verootmoediging uit zich o. a. in vasten.

De onthouding van voedsel heeft mitsdien slechts relatieve waarde, is teeken van trouw aan Jahwe en zijne geboden.

Esra i) : 5. Toen Esra hoorde, dat Israël, de priesters en de Levieten zich niet afgezonderd hadden van de volken van het land, maar uit hunne dochteren voor zich zeiven en hunne zonen vrouwen hadden genomen, scheurde hij zijn kleed en mantel, trok zich het haar uit hoofd en baard en zat ontzet terneder tot aan het avondoffer. Toen „stond ik op uit mijn verootmoediging (\"v:yno), terwijl ik mijn kleed en mantel scheurde, boog mij op de knieën, strekte de handen uit tot Jahwe, mijn god, en zeide; enz.", vs. 5.

De zelfkastijding, rvjyn, waarvan hier sprake is, omvat het scheuren van kleed en mantel, het zich uittrekken van haar uit hoofd en baard, e. a., handelingen, die elders als zgn. rouwgebruiken in één verband voorkomen niet vasten. De onderstelling, dat hier met de „zelfkwelling" ook vasten is bedoeld, zou bevestiging kunnen vinden in het feit, dat de zelfkastijding bij uitnemendheid, het vasten, in lateren tijd eenvoudig met het woord rvjyn wordt aangeduid. Toch mag in dit geval niet aan vasten worden gedacht. Eerstens wordt liet niet vernield, maar bovendien is het tijdsverloop waarbinnen de n valt. te kort dan dat van vasten sprake kan zijn.

Verwant aan het voorafgaande is Esra 10 : 6. In de om-

Sluiten