Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vytrTevon/TX £V trccCppcfwy % Tiv h Tx^etsiq TpuCpüvrx [j.stx txy.:?.x7ixs) , ook deze uitspraak houdt vermoedelijk verhand met Matth. 6 : 16v. Indien deze vasten werkelijk in beteekenis overeenstemmen met de onthouding, welke Matth. <> wordt aanbevolen, dan is het tevens een bewijs voor de latere Christelijke overwerking van de Test. 12 Patr.

Ook hij Test. 11 : 10. waar de goede uitwerking wordt geroemd van lijdzaamheid, gebed en vasten, moet wellicht aan Christelijken oorsprong worden gedacht.

In de Hemelvaart van Mozes 9 : 6 leest men: ..Jeiunemus triduo et quarto die intremus in speluncam quae in agro est. et moriamur potius quam praetereamus mandata Domini Dominorum, Dei parentum nostrorum."

Slavische Henoch ') 56: lv. zegtMethusalem tot Henoch: „Indien het goed is in uwe oogen, mijn vader, laat mij u voedsel mogen voorzetten," waarop Henoch dan zou geantwoord hebben: „Hoor mijn kind, sedert God mij gezalfd heeft niet de olie zijner heerlijkheid, is er geen voedsel in mij geweest." Over de beteekenis der onthouding zie blz. 162: vg. nog Slav. Hen. 9 en Ethiop. Henoch 15 : 11.

§ 3. Bespreking van eenige teksten uit de OudChristelijke letterkunde.

In het Nieuwe Testament komt het vasten eenige malen voor.

Matth. 4 : lv. luidt : „Toen werd Jezus door den Geest heenge\ oerd naar de woestijn om door den duivel verzocht te worden. En nadat hij veertig dagen en veertig nachten gevast had. hongerde hem ten laatste. En de verzoeker kwam

') W. E. Morfill and K H. Charles, The book of the secrets of Enoch, Oxford, 1896.

Sluiten