is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vasten bij Israël

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen lichten)? Zoodra hij het kwade van het goede onderscheidt (na* S? yin p ') 'V2,t? '"c), T. J. Kipp. 5 : 4.

Alzoo: tegenover kinderen, zwangere en zoogende vrouwen, zieken en menschen. die tast van geeuwhonger hebben, wordt de eisch te vasten öf niet of slechts gedeeltelijk gehandhaafd 2). Doch voorts luidt het officieele voorschrift: niets gebruiken. Inderdaad, volstrekt niets ? Ziedaar weer een kwestie. Tot hoever zal men mogen gann met eten en drinken om aan de Wet getrouw te blijven? ..Wie een hoeveelheid eet als een groote dadel, als deze en als haar kern," aldus de Mischna, ,,en wie een mondvol drinkt, is schuldig. Alle spijzen worden saamgerekend tot de «rootte van de dadel; al wat men drinkt tot een mondvol. Zoo iemand eet en drinkt, dat wordt niet saamgerekend", 8 : 2. vg. T. J. Kipp. 5 : 3. Heeft men bij ongeluk gegeten of gedronken, dan is men een zondoffer schuldig. Wie eet en werkt, twee zondoffers, Joma 8 : 3. ,,Wanneer iemand eet. daarna weer niet eet, andermaal eet en andermaal het nalaat, en nog eens eet, en datgene [wat hij genoten heeft] vanaf het eerste tot het laatste eten zooveel is als het eten van een half [pond], dan rekent men het bij elkaar; zoo niet. dan rekent men het ook niet bij elkaar." Een zelfde bepaling omtrent het drinken; men moet blijven beneden een vierde [van een pint], T. J. Kipp. 5 : 3. Merkwaardig is de bepaling: .,Wie iets eet, wat men [in het dagelijkse!) leven] niet mag gebruiken, of iets drinkt, wat verboden is, wie vischpekel of vischsaus drinkt, is vrij, d. i.

') Variant : jnb ns' j'2. Uit dezen tekst kan afgeleid worden, dat het lichten ("11 te) der oogen verstaan werd als blijk, dat men tot (het) bewustzijn kwam (terugkeerde). De gegeven verklaring moet wellicht in verband gedacht worden met 1 Sam 14:27 Kethib: l'-T (LXX kv</3ao! oZ^z?''jc< xutov) ; Qerï7 'V nilKHi; vs. 29: " UK (LXX S'Óti sTiov) vg. hetzelfde vers LXX : xxi 'iyju luvxèiv k.t.k ; Gen. 3 : 7.

2) J. F. Schröder, Satzungen, u. s. w. S. 129 zegt nog, dat jongens beneden 13 en meisjes beneden 12 jaar van vasten vrijgesteld zijn. Waaraan deze bepaling ontleend is, is ons onbekend.