Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men aanleiding geeft tot minder juiste voorstelling en daardoor misvatting van de bedoeling van den schrijver. Voorop sta hier daarom de verklaring, dat prof. Houtsma's hypothese naar onze meening voor het oogenblik de feiten het best verklaart en daarbij op zichzelf de waarschijnlijkheid voor zich heeft.

De voorafgaande bespreking, waarin nu en dan stilzwijgend is gebruik gemaakt van gegevens uit prof. H's verhandeling, heeft tot het navolgende resultaat geleid.

De vier vastendagen houden oorspronkelijk geen verband met de catastrophen van + 586. Een onbevooroordeelde lezing van Zaeli. 7 en 8 leidde tot de slotsom, dat men 4 vastendagen in verschillende maanden gehouden kende, meer niet. De historische motiveering der vasten bleek van weinig waarde te zijn. Bovendien vindt de buitengewone belangrijkheid van 9 Ab in tegenstelling met de drie andere dagen, de voorbereiding en viering van dezen tweeden verzoendag, geen voldoende verklaring in de gebruikelijke historische motiveeringx). Daarentegen moet een andere voorstelling worden aanvaard, deze : in plaats van aan op zich zelf staande vastendagen, zullen wij moeten denken aan rouwof vastentijden. De voornaamste zijn die van 17 Tammuz tot 9 Ab en van 3—10 Tischri. Dit kon als 't ware onmiddellijk uit de gegevens worden afgeleid. En nu in hoofdtrekken de verklaring van prof. H.

Men zal opgemerkt hebben, dat 10 Tebetli buiten verband staat met de beide genoemde vastentijden. Deze datum zou met den 8sten en 9den verbonden een afzonderlijke termijn uitmaken. Voorts geeft prof. H. er de voorkeur aan de vastentijd vóór 9 Ab niet met 17 Tammuz maar met den 9den te laten aanvangen; zooals men zich zal herinneren, werd

') In de Jer. G-em. op R. haschana 3: 3 wordt twijfel uitgesproken of 9 Ab als rouw- en vastendag wel is gegrond op een historisch feit.

Sluiten