Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorkomen, alsof het laatste ongezochten steun geeft aan de juistheid van het gevonden resultaat. Doch in werkelijkheid heeft bij het opstellen der verhandeling van den aanvang het streven voorgezeten, de bekende drie termijnen van rouw ook voor bedoelde rouwtijden aan te wijzen. Nu zou dit minder zijn, indien was gebleken, dat de feiten zich gemakkelijk naar «lat schema lieten ordenen. Naar wij meenen is de aangegeven duur der nationale rouwtijden meer aan de werkelijkheid opgelegd dan daaraan ontleend. Vooreerst bedenke men, dat de rouwtijd over een doode gewoonlijk is öf 3 dagen óf een week öf een maand. De gevonden rouwtijden duren echter in dit jaargetijde diie dagen, in dat een week, in een derde een maand. Golden de termijnen voor den rouw over een doode in dit ge'val op dezelfde wijze voor den rouw over den gestoiven god, dan moest ook dezelfde rouwtijd (hetzij die in Tebeth of die van Tammuz-Ab of Tischri) (soms of) door sommigen gevierd zijn öf 3 dagen öf een week öf een maand. Dit zou men met betrekking tot de vasten van Tebeth niet, tot die van Tammuz-Ab en Tischri tot op zekere hoogte aannemelijk kunnen maken. Maar dan staat men weer voor liet onverklaarbare feit, dat, terwijl bij den rouw over een gestorven mensch, hetzij die 3 dagen, een week of een maand duurt, in elk geval de eerste rouw- en vastendagen de strengste zijn, omgekeerd bij de rouwtijden in Tammuz-Ab en Tischri de eerste da^en niet of slecbts door enkele weinigen gevast wordt, maar de rouw en vasten in gestrengheid toenemen, hoe meer men het einde van den rouwtijd nadert, om ten slotte op den laat sten dag als den eigenlijken rouw- en n astendatum te culmineeren. Dit laatste, tezamen niet het feit, dat al de rouwgebruiken niet ^slechts tegenover een doode, maar ook tegenover de godheid worden in acht genomen, verbiedt ons veel waarde te hechten aan de parallel tussclien de termijnen voor den rouw over een gestorven mensch en die welke prof. H. heeft aangewezen.

Sluiten