is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vasten bij Israël

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met den tempeldienst in nauw verband stond, werd zij als oud gebruik ook na 70 n. Cbr. in eere gehouden. De synagogedag was voor velen tevens vastendag. Zoo zou de bedoeling van M. Meg. 1 : 3 kunnen zijn, dat, hoewel met het lezen der Esterrol de feestvreugde van den 14den of loden Adar op den voorafgaanden synagogedag werd verlegd, de bij velen gebruikelijke rouw en vasten op genoemden dag mocht doorgaan. Doch dit behoefde eigenlijk niet in herinnering te worden gebracht, want zelfs wanneer het eigenlijke purimfeest mocht samenvallen met vooraf opgelegde vasten op den 2den en 5den werkdag, gaat de laatste voor, vg. blz. 2!)0. Van persoonlijke onthouding is hier evenwel geen sprake. Immers T. Meg. 1 : 6 geeft uitdrukkelijk te kennen, dat wij moeten denken aan een bepaalde Adar-vasten. Er wordt over Purim gehandeld en wat ligt nu meer voor de hand dan dat met „rouwbedrijf en vasten" gedoeld wordt op gebruiken met dat feest verbonden? Dat het hier gaat, niet over private onthouding en rouwbedrijf, maar over een algemeene vasten, die in eng verband staat met het feest, moet voorts worden opgemaakt uit het feit, dat M. Meg. 1:3 in één adem ,,vasten, rouwbedrijf en geschenken geven aan de armen toestaat, welk laatste gebruik een bizonder kenmerk van Purim is en met de gebruikelijke wekelijksche vasten niets te maken heeft.

Is hiermede reeds liet belangrijke resultaat gewonnen, dat beide teksten van een purimvasten gewagen, nu ten aanzien van M. Meg. 1 : 3 de gedachte op den achtergrond is gedrongen, dat de vasten der beide weekdagen bedoeld zouden zijn. dringt de opmerking over het „geven van geschenken aan de armen" veeleer tot het besluit, dat M. Meg. 1 : 3 wil zeggen, dat men het vasten, het rouwbedrijf en het geven van geschenken aan de armen niet met het lezen der rol op den voorafgaanden synagogedag heeft te verplaatsen, maar mag in acht nemen op de eigenlijke datums, 14 en 15