Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vasten lieeft plaats met het oog op het aanstaande gebruik van het paasclilam. Het Pésach is heilige spijs, T. Jom Tob 2 : 15. Daarom ,,mag men er niets van overlaten tot den morgen; wat er den volgenden morgen van over is, moet men verbranden," Ex. 12 : 10; vg. 34 : 25; Deut. 16 : 4; M. Pesachim 3 ; 8. Want na middernacht verontreinigt het de handen, M. Pes. 10 : 9.

Naar de beteekenis der onthouding behoeft niet lang gezocht te worden. Ten gevolge van de volstrekte tegenstelling tusschen heilig en profaan voedsel, laat het gebruik van heilige spijs een onmiddellijk voorafgaand eten van het profane niet toe. 1) Het vasten is hier de voorbereiding tot het genot van heilige spijs.

Deze vasten is ook in het Christendom in zwang gebleven. In het Petrus-ev. verhaalt Petrus: ,,(na de kruisiging van den Heer) èvwtevo/isi/ y.x) ixx^s^ófAebx trsvsovi/tec y.x) z/.xIci/tsc vuxtos %x) yfiépx?, rov vxfifixtov", d. i. ,,wij vastten en zetten ons neder treurende en weenende, des nachts en des daags, tot aan den sabbath." Daar hier de voorstelling aanwezig is, dat de Heer den 13den Nisan sterft, vasten de leerlingen van Donderdagavond tot Vrijdagavond, d. i. tot den sabbath. Nu zeide R. Elieser b. Jakob, dat ook de Joden vóór het gebruik van het Pésach op den avond van den 14den, vanaf 13 Nisan 's avonds vasten. Wordt Christus hier dus reeds beschouwd als het ware Paasclilam?

Joden en Christenen vastten gedurende denzelfden tijd. Doch terwijl de Joden vastten als voorbereiding tot het eten van het heilige paasclilam, gaat bij de Christe-

') Het schijnt, dat levitische reinheid voor de deelnemers aan het Pascha geen vereischte was, M. Pesachim 7:4: „Het Pascha, dat in onreinen toestand gebracht wordt, wordt ook in onreinheid gegeten, omdat het slechts bestemd is gegeten te worden." Doch de verontreiniging aan een lijk maakt een viering in de 2e maand noodig, Num. 9:1—14; T. Pesachim 8:9.

Sluiten