Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen de onthouding vooraf aan het gebruik van het avondmaal, dat in materieelen vorm goddelijk leven meedeelt. Nog heden ten dage is deze vasten in de Roomsche kerk gebruikelijk. Men vindt haar o. a. vermeld: Tertullianus, de Jejuniis 13; de Oratione 18; Ignatius ad Philipp. 13: tii yyjpixxyv '/i tXi3(3xtcj yyj7t£ii(i 77/,'^u ivs: tx(3i3xtcj tsv ttx7%x s-jtsc %pi<rtcx,tovoi; £<ftiv." Zou men hier aanvankelijk nog kunnen denken aan de week (^xjS/oxTCv) vóór Paschen, deze opvatting is onwaarschijnlijk, omdat het ookinConst. Apost. 7:23 luidt: „£!/ Se ,uó',cv 7x(Z$xtov (d. i. hier de 6e dag) -j/mv $-j/.xv~kv b ra- hixvrcf, ro -ijs tc~j Kvptou TxQijc GTrsp vyvTÉ'jEiv 7Tfo^ijx£v . . . Aphraates zegt, dat men „het lichaam en het bloed van Christus vastende moet gebruiken , I. ( rawford, Early Eastern Christianity, St. Marg. Lectures, 1904, p. 123.

§ 6. het vasten op den 2den en 5den dag der week.

1. Van Maandag tot Donderdag werd gevast door de zgn. ansche maüindd. Gelijk de priesters en de Levieten waren ingedeeld in 24 klassen, welke om de beurt telkens een week, van sabbath tot sabbath, den dienst in den tempel waarnamen, zoo zou ook Israël, d. i. het volk, in 24 afdeelingen (ni-lOüö) verdeeld geweest zijn, die beurtelings bij het dagelijksch offer in den tempel voor God de Joodsche gemeente hadden te vertegenwoordigen; vandaar de naam laya: „die erbij stond". Doch niet de geheele dienstklasse trok, zoo zij aan de beurt was, op naar Jerusalem. Terwijl alle priesters en Levieten naar Jerusalem gingen en met hen een vertegenwoordiging uit het volk. verzamelden zich de Israëlieten derzelfde dienstklasse, „die niet naar J. konden optrekken (T. Taan. 4 : 3), in hunne synagogen en lazen daar de geschiedenis der schepping, M. Taan. 4 : 2.

Sluiten