Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderstelden zevendaagschen vastentijd in Tischri evenzeer slechts de 3de en de 10de als de hoofdvastdagen worden gehouden. Deze inkorting van den vastentijd was wellicht reeds vóór 70 n. Clir. in gebruik bij de thuisgebleven leden der dienstklasse, en werd algemeen gewettigd na de verwoesting van het heiligdom, toen allen thuis bleven.

Maar er is meer. Wanneer de werkelijkheid heeft beantwoord aan de door de Rabbijnen gegeven voorstelling, kwam elke dienstklasse tweemaal per jaar voor een week als wacht op. Alle Israëlieten waren dus verplicht tweemaal per jaar van Maandag tot Donderdag te vasten, wanneer zij óf als vertegenwoordiging naar Jerusalem gingen, óf zich in de synagogen verzamelden. Gold dus vóór den val van stad en tempel de verplichting van Maandag tot Donderdag te vasten telkens slechts voor een bepaalde klasse van Israëlieten, na 70 n. Chr. werd dit anders. Ook nu werd niet door allen op de weekdagen gevast. Ten gevolge van de gebeurtenissen in 70 en later in 135 11. Chr. had de indeeling van Israël in 24 klassen hare beteekenis verloren. Daar men niet meer jjaar Jerusalem opging en mede door den verwarden politieken toestand, werden de grenzen tusschen de dienstklassen onderling en hare diensttijden uitgewischt. Men wist niet meer tot welke dienstklasse men behoorde en wanneer dus gevast moest worden. Anderen kunnen geoordeeld hebben, dat met het opheffen van den tempeldienst ook de plichten der maamad waren vervallen. En zoo gebeurde het. dat sommigen niet, anderen nu en dan, weer anderen op den 2den en öden weekdag nagenoeg voortdurend vastten. Daar onthouding op die dagen evenwel niet een voor allen geldende plicht was, maar aan den anderen kant toch door de wettelijke Farizeën als een verdienstelijk werk werd beschouwd, legden velen zich bij gelofte de verplichting op alle Maandagen en Donderdagen van het jaar te vasten, Taan. 12a; Luc. 18 : 12 e. a. Vandaar ook, dat in de eerste eeuwen van het Christendom de

Sluiten