Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Verzoendag als vastendag wordt genoemd en voor het overige daar over algemeene zoowel als private onthouding wordt gezwegen. Doch bij eenig nadenken wijkt toch die bevreemding. In de tijden vóór en gedurende het ontstaan der Thora was het vasten bij lange na niet een zoo veelvuldig gebruik als eenige eeuwen later. Van private vasten kon de Wet moeilijk reeds spreken, om de eenvoudige reden, dat zij eerst na de Ballingschap opkwamen. Met de profeten der 8ste en 7de eeuw v. Chr. werd eindelijk de individueele vroomheid geboren. Eerst na hen, d. i. na de Ballingschap wordt persoonlijk godsdienstig leven meer gemeengoed. Uit dit verloop van Israëls godsdienstige ontwikkeling is het te verklaren, dat eerst na de Ballingschap private onthouding begint op te komen (Num. 30 : 14?) en dat vóór dien hoofdzakelijk algemeene vasten in gebruik waren, 1 Sam. 14 : 24; 1 Kon. 21 : 9, 12 enz.

Men zou ter weerlegging hiervan ons kunnen wijzen op Ex. 34 : 28 en 1 Kon. 21 : 27. Doch men boude in het oog, dat Mozes' niet-eten en niet-drinken onmiddellijk samenhangt niet de tegenwoordigheid van Jahwe en dus het karakter van vrijwillig aanvaard hongeren mist, dat in het verhaal van Acliabs verootmoediging de bizondere aanleiding tot vasten aan de handeling het karakter ontneemt, dat aan de private onthouding van den Jood na de Ballingschap toekomt. Vasten Mozes en Achab als 't ware ter afwering van mogelijk dreigend onheil, de private onthouding van den na-exilischen Jood wordt ook zonder aanleiding beoefend en staat in dienst van liet streven naar individueel contact met de godheid.

De algemeene vastdagen, die door de Israëlieten vroeger hoogstwaarschijnlijk op vastgestelde tijden werden in acht genomen, zijn met uitzondering van den Verzoendag in den aanvang door het officieele Jodendom genegeerd. En over vastdagen, die niet geregeld jaarlijks terugkeerden, maar wel-

Sluiten