is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vasten bij Israël

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stoord, Jahwe als 't ware weer in een goede stemming te brengen en hem tot liet zegenen van zijn volk uit te noodigen. Maar daar voor genoemde profeten de scheiding tussclien Jalnve en natuur was tot stand gekomen, in dier voege, dat hij, van zijn voorheen natuurlijk karakter ontdaan, voor hen een meer geestelijk wezen was geworden, dat geen behagen kon scheppen in offers en vasten, richtte zich begrijpelijkerwijs hunne prediking tegen de praktijken der massa, voor welke Jahwe nog dat meer verheven karakter miste en in wier oogen hij dus gelijk voorheen moest gesteld zijn op vele offeranden en in buitengewone gevallen op onthouding van spijs en drank. Deze beide standpunten komen duidelijk uit in Jer. 14 : 12; Jes. 58 en Zacli. 7 : 3v. Jahwe kan zich niet meer door offers en vasten laten vermurwen (Jer. 14 : 12), hij eischt, dat men ,,eerlijke vonnissen velt, liefde en erbarmen jegens elkander betracht, weduwe noch wees, vreemde noch arme onderdrukt en niet op elkanders ongeluk zint", Zacli. 7 : 9, 10: of niet de woorden van Jes. 58, dat „men goddelooze banden ontsnoert, knellende overeenkomsten losmaakt, geknakten vrij laat heengaan, enz.", m. a. w. de profeten vragen uit naam van Jahwe betrachting der zedelijke geboden, terwijl zij tegenover offers en vasten zich onverschillig betoonen. Men meene echter niet, dat het in stand blijven van den offerdienst na de Ballingschap en zoo mede van het vasten eenvoudig achteruitgang en terugvallen op liet oude lagere standpunt was. Want liet vasten na de Ballingschap had niet dezelfde beteekenis als de onthouding vóór en tijdens de profeten. Hebben zij gestreden voor een meer geestelijke godsvereering, ten gevolge waarvan de godsdienst werkelijk meer is geworden een zaak van het hart, het vasten door hen bestreden was slechts een mechanische daad, terwijl liet na hen eerst beteekenis voor Jahwe zou erlangen, indien het uitdrukking was van een bepaalde gezindheid. Doch hiermede zijn wij genaderd tot de beschrijving van den ritus in de Joodsche periode.