is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vasten bij Israël

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niettemin het wettelijk Jodendom bizondere waarde gehecht aan de daad der onthouding, terwijl de profetische richting meer den nadruk heeft gelegd op de gezindheid. Wij hebben dus thans elk der beide richtingen in hare ontwikkeling afzonderlijk na te gaan.

Over de ontwikkeling van den vastenritus in het wettelijke Jodendom valt al zeer weinig te zeggen. Daar in weerwil van de verklaringen van sommige Rabbijnen, bij de betrachting van den ritus meestal werd vergeten, dat het vasten uitdrukking van aanhankelijkheid aan Jahwe en zijn Wet moest zijn en men het vóór alles van gewicht achtte, dat men vastte, werd de ritus een verdienstelijk werk. Bij de behandeling van den Verzoendag hebben wij gezien, dat het vasten op dien dag, aanvankelijk slechts een teeken van verootmoediging, in den tijd van Mischna en Tosefta schulddelgende kracht wordt toegekend. Dit wil niet anders zeggen, dan dat vasten een verdienstelijk werk is. Terwijl aan den éénen kant wie getrouw is in het naleven der Wet door vasten zich bizondere verdienste verwerft en daarmede tot gunsteling der godheid wordt verheven (b.v. Judith 8 : (>), dret aan den anderen kant de zondige mensch zijne wetsovertredingen te niet met vasten (Sirach 31 : 30, 31), ook al wordt de zonde in onwetendheid begaan (Ps. Salomo 3 : 8, 9). Het wettelijk Jodendom valt ten aanzien van het vasten tot op zekere hoogte terug in het vóór-profetische standpunt. Ook toen was de daad een voldoende middel Jahwe gunstig te stemmen. Maar behalve dat men bij vasten nu de gezindheid veronderstelt, verschilt de ritus uit vóór-profetischen tijd nog hierin van de Joodsche vasten als verdienstelijk werk, dat de ritus in vóór-exilischen tijd nog voor ontwikkeling vatbaar was, maar in het wettelijk Jodendom niet meer. Hier wordt de groote waarde der onthouding officieel erkend.

Het in het Jodendom ontwakende individualisme is van grooten invloed geworden op de ontwikkeling van het vasten.