Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het begrip vasten maakt plaats voor het begrip ascese. Dit blijkt niet slechts uit de praktijk der eerste Christenheid, maar ook uit liet feit, dat eensdeels de uitdrukking voor het begrip \ asten ter aanduiding van de onthouding langzamerhand uitslijt, anderdeels een veel ruimeren, daaraan oorspronkelijk niet toekomenden inhoud verkrijgt.

.Spreekt liet van zelf, dat, waar niet meer volstrekte onthouding wordt bedoeld, de uitdrukking ,,vasten ' niet meer gebezigd wordt, liet komt nu en dan voor, dat men van vasten spreekt, wanneer slechts beperking in liet gebruik of onthouding van bepaalde levensmiddelen wordt bedoeld. In dat geval wordt evenwel de uitdrukking in oneigelijken zin gebezigd.

Blijkt hieruit, dat men soms, wanneer men de onthouding \ asten noemt, eigenlijk ascese bedoelt, een nog ruimere beteekenis heeft liet w.w. v>i<rTevsiv bij sommige schrijvers uit de eerste eeuwen van het Christendom. In de „Logia Jesu" zoowel als bij Clemens Alexandrinus (Strom. III: 16 : 99; Ecl. Proph. 14) komt de uitdrukking voor ,,de wereld vasten. Daar dit beteekent : aan het zinnelijk, aan liet natuurlijk leven afsterven, komt aan de vroeger slechts ter aanduiding van vasten gebruikelijke vorm tot uitdrukking, dat liet (Joodsche) vasten heeft plaats gemaakt voor de (Christelijke) ascese.

Daar het vasten in de besproken vormen een godsdienstige daad is, maar in het Christendom ter bevordering van het geestelijk leven daarvoor de ascese in de plaats treedt, heeft hier de vastenritus principieel afgedaan. In beginsel, maar nog niet in werkelijkheid. Immers al is volstrekte onthouding van spijs en drank voor het gestelde doel niet meer noodzakelijk, het blijft aan het geestelijk leven bevorderlijk. Vasten is van nu aan een der vormen van ascese. Eerst in het Protestantisme, waar ook de ascese haar groote beteekenis

Sluiten