Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Drente werd de advocatie verbonden aan het kasteleinschap van Coevorden.

Eene omlijning van het kasteleinschap en de daaraan toegevoegde rechten missen wij. Daardoor is niet vast te stellen de positie van den schulte van Drente, die in het begin van de 13de eeuw voorkomt ') (en te Eelde zetelde?). Wellicht heeft de bisschop, tengevolge van zijne moeilijkheden met den toenmaligen kastelein van Coevorden, 3 rechters in het Drentsche gebied aangesteld, waarvan een zetelde te Coevorden, een te Eelde en een te Groningen. Althans omstreeks 't midden der 13de eeuw komen deze 3 ambtenaren voor 2). Waarbij echter moet worden opgemerkt, dat, terwijl in 't begin dier eeuw sprake is van een „scultetus" van Drente, een kwart eeuw later vermeld worden 3 „judices". Hiermede zouden dan kunnen aangewezen zijn de schulte van Coevorden (eene heerlijkheid) zetelende te Coevorden, die van Drente zetelende te Eelde, en die van Groningen zetelende te Groningen. Doch dan zou men de vraag kunnen stellen, of 74 eeuw vroeger die verdeeling in rechtsdistricten niet reeds voldongen was. Het oude graafschap hing toen reeds niet meer zoo nauw samen als vroeger; toen dan ook Groningen door hevige burgertwisten werd geteisterd, werden ook de Drenten daarin gemengd 8). Herhaalde moeilijkheden tusschen Drente en Groningen zijn hierna gevolgd, die eindelijk met Groningen's toenemende ontwikkeling langzamerhand geleid hebben tot hare afscheiding van Drente 4).

Dank zij de groote uitgaven, door de bisschoppen voor geestelijke en wereldlijke doeleinden te doen, was 't kasteleinschap van Coevorden met de daaraan verbonden heerlijkheid verpand geworden aan Gerardus Clenke en Hako van Hardenberg 5). De rechtspraak schijnt echter nog niet in ééne hand te zijn gebracht. Althans in een leenregister uit de tweede helft der 14de eeuw wordt genoemd Rolof Polleman, „die in leen hout

') Oork.bk Nos. 67 (1223), 108 en 109 (1247).

а) Oork.bk N°. 114: „nostros de Covorde et Elethe et Grocinge judices". ®) Teg. Staat v. Groningen, de?! I, bladz. 61 vlg.

*) Zie noot 5 op de vorige bladzijde.

б) Oork.bk N°. 133.

Sluiten