Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stat en-Generaal. Deze „resolutiën" zijn noch protocollen noch registers, maar zooals uit hunne omschrijving blijkt, losse stukken in bundels bijeengebonden. Waarschijnlijk zijn 't gedeeltelijk of meerendeels gedrukte stukken, wier verspreiding plaats vond op last of door tusschenkomst van Ridderschap en Eigenerfden en Drost en Gedeputeerden, wellicht plakkaten. Doch ook geschreven stukken kwamen daarbij voor b. v. „diverse generaliteits-brieven „tegen het ophalen van wier", „generaliteits-bededagen".

Omtrent de rubriek „Andere stukken" valt weinig mede te deelen. Alleen blijkt, hoe men bijeen bewaarde stukken, die niets met elkander te maken hadden, en dat eene systematische indeeling van 't archief, althans met betrekking tot deze stukken, niet was aangebracht.

Van groot nut voor de indeeling van de staten-archieven is dit „register" dus niet.

Van 17*7 dagteekent een „Inventaris van stukken, te vinden „in het kastje ter secretarie, ter zyden de noord er-schoorsteen „staande, met laden afgedeelt, genaemt het Privilege-casje." In 1752 of 1753 moet door Ridderschap en Eigenerfden of Drost en Gedeputeerden besloten zijn, de stukken, die van bizonder belang werden geacht, afzonderlijk te bewaren in een daarvoor opzettelijk vervaardigde kast. Althans in de rekening van den secretaris over 1752/3 komt op fol. 76 voor een post van uitgaaf tot den aankoop dezer kast, die nog ten archieve aanwezig is. Het is een eikenhouten meubel, niet fraai maar zeer practisch ingericht, bevattende 30 kleinere en een 3-tal groote laden. De naam „privilege-casje" iB een pars pro toto; de naam werd ontleend aan de gewichtigste stukken, die erin werden geborgen; doch zooals ik reeds zeide, de kast bevatte alle stukken, die naar de toenmalige zienswijze van belang werden geacht. In den inventaris worden eerst opgesomd tal van stukken zonder nadere aanwijzing omtrent de berging, waarna de inhoud wordt opgegeven van 4 doozen, geletterd A.-D. De berging in deze doozen komt niet geheel overeen met die in de doozen genoemd in den inventaris d. d. 1679; eenige verhuizing schijnt intusschen te hebben plaats gehad, zooals uit eene vergelijking van beide inventarissen terstond is te zien.

Sluiten