Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bovendien meer aan huis. Wellicht was bij de genoemde inspectie van 't staten-archief gebleken, dat er stukken ontbraken, die aanwezig hadden moeten zijn; zooveel is zeker, dat op 24 April 1795 bij de Provisioneele Representanten de vraag rees, „of de „oud-secretaris .... niet binnen den tijd van vier weken die „restitutie (n.1. van het door hem ontvangen stuivergeld) aan „den secretaris Vos diende te doen en aan den secretaris Vos „binnen agt dagen overgeven alle boeken en papieren van de „landschap, soo deselve onder sig mogte hebben berustende''? Eene vraag, die door de Provisioneele Representanten toestemmend werd beantwoord, onder opdracht aan Gecommitteerde Representanten „om (so nodig) dese onse resolutie ten effecte „te stellen" '). Of door Hofstede hieraan is voldaan, valt te betwijfelen; althans op 3 April 1796 blijkt, dat hij „de stuiver„gelden, hem opgelegt te betalen, nog niet had gerestitueert" ; of en zoo ja welke landschapspapieren hij onder zich had, was uitteraard onzeker, vandaar dat men wellicht zich beperkte tot de bewijsbaar te storten stuivergelden. Aan Gecommitteerde Representanten werd „overgelaten om dat te effectueren" 2). In hoeverre zy de zaak hebben vervolgd en of zij haar in orde hebben gekregen, blijkt uit de notulen niet').

Duister is ook de volgende geschiedenis. In 1797 wordt ontdekt, dat er archivalia ontbreken. De Representanten hebben daarom de Gecommitteerde Representanten „geautboriseerd om „te inquireren na de stukken, welke ter secretarie manqueren, „en daaromtrend ter bekoming van deselve zodane middelen te „adhiberen, als zy sullen nodig oordelen te behoren"4). Wat toen ontbrak, blijkt niet j en evenmin blijkt van de werkzaamheden door Gecommitteerde Representanten ten dezen aangewend j de notulen bewaren over een en ander een volstrekt stilzwijgen.

Op 7 Februari 1799 zond 't Intermediair Administratief Be-

l) Notulen Provisioneele Representanten d. d. 24 April 1795.

*) Notulen Representanten d. d. 3 April 1796.

*) Ook de eerste rekening van zijn opvolger, over 1795/7 ,vermeldt geen ontvangst als bedoeld wordt.

4) Notulen Representanten d. d. 11 April 1797.

Sluiten