Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot een nieuw onderzoek in den inventaris, naar de plaats waar 't gewenschte stuk zich bevond. Daartoe moest in de registers ook de bergplaats („de localen, kasten, doozen en andere voorwerpen") worden aangegeven, en „een dubbel van die registers „voor zooveel ieder locaal betreft .... aldaar altijd voorhanden „ . . . . zijn" (art. 6). In de registers, genoemd sub 2. en 3. zou bovendien in een afzonderlijke kolom moeten worden opgegeven, of de stukken al of niet waren uitgegeven, waarbij de archivarius bovendien alles moest aanteekenen wat hem dienstig voorkwam (art. 8). Afschriften der registers zouden door tusschenkomst van Gedeputeerde Staten worden gezonden aan 't departement van binnenlandsche zaken ten behoeve van 's rijks archief (art. 6). Ten slotte werd bepaald, dat deze voorschriften niet alleen toepasselijk zouden zijn voor 't oud-archief, doch ook voor de nieuwe archieven, voor zoover deze telkens mettertijd zouden worden gesteld onder beheer van den archivarius (art. 7).

Deze instructie heeft een zeer ernstige schaduwzijde: zij schreef voor, 't dossier-systeem zonder genade toe te passen op alle stukken; immers geen voorbehoud wordt gemaakt. Het gevolg is geweest, dat de archivarissen, ter nakoming hunner instructie, zich hebben beijverd om de talrijke liassen uiteen te nemen en de stukken her- en derwaarts te verspreiden, opdat deze zouden komen bij andere stukken over dezelfde zaak. Dossiers werden geplunderd, wanneer zich noodlottiger wijze tusschen de stukken over de hoofdzaak andere bevonden over bijzaken of ter toelichting; de retroacta werden uiteengenomen en dikwerf op tal van plaatsen geborgen, 't Sein was gegeven tot een volkomen dislocatie der stukken, tot een volkomen ontwrichting van de inrichting van 't archief; — dit sein is opgevolgd, opgevolgd met den meesten ijver, zoodat in het laatst der 19de eeuw de laatste lias het leven had gelaten en van oude dossiers slechts met moeite een spoor kon worden ontdekt.

Men leze niet in 't voorgaande eene veroordeeling van de zienswijze nóch van den ontwerper der instructie nóch van de uitvoerders ervan. Hetzij daar verre van, hoezeer ik de genomen maatregel betreur. Nog te weinig waarde werd over 't algemeen aan een archief gehecht, nog te veel werd 't beheer en gebruik ervan beschouwd als uitsluitend 't domein van historici en lief-

6

Sluiten