Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overzicht over 't gansche geldelijk beheer van 't gewest. In den inventaris vindt men deze practische rubriek dan ook behouden.

8. Generaliteit. — In éen inventaris slechts ontmoeten wij deze rubriek, die dan hoofdzakelijk blijkt te bevatten de afschriften en afdrukken van resolutiën en andere stukken, uitgegaan van de Staten-Generaal en den Raad van State. Het plaatsen van deze groote verzameling stukken bijeen, afgezonderd van het overig deel van de staten-archieven, verduidelijkt zoozeer het overzicht van den inventaris, de afscheiding dezer stukken is zoo beslist aan te brengen, dat er niet alleen geen bezwaar scheen te bestaan, ook deze rubriek te vormen, maar zelfs zulk eene vorming zeer gewenscht scheen.

Onzeker is 't, of men deze rubriek vervolgd heeft na 1800. De jongere inventarissen geven daaromtrent geen uitsluitsel. Zij is echter zoo practisch, dat het gewenscht scheen haar te vervolgen tot 1813, waar men haar reeds na 1795 had laten doorloopen. In verband hiermede was het echter noodig, de rubriek Generaliteit te plaatsen na de archieven der besturen over 1805— 1813.

Andere groote rubrieken dan de genoemde vindt men in de oude inventarissen niet; wel treft men nog aan eene rubriek „Grondschatting," doch deze is in den inventaris zoo gering van omvang, dat eene overname van haar niet noodig scheen.

Toch waren er stukken van een zeer bepaalden aard, die niet alleen de vorming van eene afzonderlijke rubriek mogelijk maakten, maar haar zelfs eischten. Behalve Ridderschap en Eigenerfden hebben Drost en Gedeputeerden en de hen opgevolgde besturen recht gesproken, 't laatstgemeld college vooral in belastingzaken. Daarvoor was naast 't protocol van resolutiën van Drost en Gedeputeerden een afzonderlijk protocol aangelegd van hunne besluiten genomen op de zoogenaamde „rechtdagen," een naam die nog tot in de 19de eeuw heeft voortgeleefd. Zoowel die resolutiën als de daarbij behoorende stukken waren volkomen goed af te zonderen; zij vormen als 't ware een archiefje op zich zelf en behoorden daarom ook uit dat oogpunt te worden beschreven. Ook bij deze stukken zien wij, dat in 1795 en bij andere bestuurswisselingen geen nieuw notulenboek werd begonnen en dus blijkbaar 't archief van den voorganger niet werd afgesloten. Eerst bij de invoering der nieuwe belastingwetten in

Sluiten