Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

synode bewerkt tusschen de beide predikanten te Meppel van Riemsdijk en Hein, door den kerkeraad aldaar zou worden verstoord. 1766/7.

1 dossier.

Geestelijke en kerkelijke goederen.

365. „Verclaeringe bij die carspelen ende ingesetenen der „lantschap Drente, op die last ende bevel van S. Genaden den „heren stadtholder-generael over Frieslandt, Gronningen ende „Oinblanden, Drente etc., van alle haere kerckengoederen, pasto„riën, vicariën, costeriën ofte andere, soe die oock genoemt moegen „worden ende in jeder carspel gelegen ende tot die voors. kercken, „pastoriën, propenden, costoriën gehoerende". 1597/8. — Met verbeteringen tot 1608

1 deel.

NB. Graaf Willem Lodewijk schreef op 11 November 1597—, in verband met zijne aanstelling tot stadhouder en den daarop gegevolgden last der Staten-Generaal tot bevordering der Reformatie in Drente, — aan Menso Altinö, predikant te Emden, dat hij voornemens was aan die Reformatie de hand te slaan '). Volgens een schrijven d.d. 9 Februari 1598 van den stadhouder aan Alti.no was gebleken, dat de kerspelen vrij voldoende middelen bezaten tot onderhoud van een predikant s). Het in den tekst beschreven register bevat de registratie van de opgaven der kerspelen, op last van den stadhouder tusschen 12 December 1597 en 23 Januari 1598 aan den rentmeester der domeinen van Drente gedaan, en schijnt dus verband te houden met des stadhouders plannen.

Naar aanleiding van een later door den stadhouder gedaan voorstel werd door de Drentsche synode Cakst van Lingen aan de Staten-Generaal voorgedragen tot „sollicitator .oft advocaet der „pastoren und geistliken guderen in Drente". Tevens werd besloten, in een request aan de Staten-Generaal „de not der prediger und „bose thostandt, de idt met den geistliken goderen in Drente hefft", kenbaar te maken8). In verband daarmede had een onderzoek

') Brieven van den stadhouder Willem Lodewijk aan M. Alting, achter de Levensbeschrijving van Jhr. A. Koekders en Jhr. Fred. Koendebs, Groningen, 1775, blz. 88, 89.

2) a. w bladz. 90 volg., en J. S. Magnin, Overzigt der Kerkelijke geschiedenis van Drenthe, Bijl. II.

*) Reitsma en v. Veen, Acta der provinciale en particuliere synoden, VIII, bladz. 58, 59 (d.d. 1603).

Sluiten