Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overeenkomst tusschen den heer van Echten en de geërfden onder Steenbergen en ten Arlo.

Het octrooi werd verleend voor 50 jaren.

743 „Copia vant ottroy aen jr. van Echten verleent vant „veen." — Notarieel afschrift d.d. 1626 van 't octrooi genoemd in Inv. N°. 742.

1 stuk.

744. G-eapostilleerd request van den heer van Echten, met de participanten en markegenooten van Steenbergen en ten Arlo, aan Ridderschap en Eigenerfden om verlenging van het octrooi d d. 1626 (voor Echtens-Hoogeveen). 1656.

1 omslag.

NB. Bij de apostille d.d. 22 Januari 1656 werd de beslissing aangehouden, omdat 't octrooi nog 20 jaar zou loopen.

Hierbij een ongewaarmerkt doch gelijktijdig uittreksel uit de resolutiën van Ridderschap en Eigenerfden d.d. 23 Febr. 1664, houdende verlenging van het octrooi na 1676 met 30 jaren, 't Is niet zeker, of deze stukken oudtijds bij elkander geborgen zijn geweest.

745. „Rakende octrooy van 't Hoogeveen." — Stukken betreffende de verlenging van het octrooi voor Echtens-Hoogeveen met 20 jaren. 1753/55.

1 dossier.

NB. Het octrooi, aanvankelijk verleend tot 1676, werd in 1664 verlengd tot 1706, in 1706 tot 1726, in 1724 tot 1756.

Echtens-Hoogeveen (jurisdictie).

746 Stukken betreffende de klacht van Carst Petersen aan den drost over de schending door den heer van Echten der jurisdictie van 't schuitambt Zuidwolde. 1656.

1 dossier.

747. Request van den schulte van Zuidwolde aan (Ridderschap en Eigenerfden ?) om order te stellen op de ongeoorloofde uitoefening der jurisdictie over de marke van Zuidwolde door den heer van Echten. 1658.

1 stuk.

NB. Ridderschap en Eigenerfden bepaalden bij apostille d.d. 23 Febr. 1658, dat de inhoud van 't stuk ter kennis van den heer van Echten zou worden gebracht, opdat deze op den eerst-

Sluiten