Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de genoemde directeuren en Hendrik Cüiper te de Wijk over de betaling van op- en afvaartsgeld, voor reizen door hem gedaan in 1748 — 1756.

7Ö5. „Aanmerkingen over de qusestieuse planke op de Hoge„veensche verlaaten. 1764". — Stukken betrefïende het verhoogen door de compagnie van Eclitens-Hoogeveen van verlaatsschotten in de „Echtense vaart" ten nadeele der aangelanden. 1764.

1 dossier.

7ÖO. Minuteele resolutie van Drost en Gedeputeerden, bevelende. op klachte der markegenooten van de Schiphorst, de verlaging van den drempel van het Rookgats-verlaat. 1767.

1 stuk.

NB. Het beroep van den heer van Echten en de participanten van de Hoogeveensche vaart, dat deze questie niet zou vallen onder de [lottingssententie d.d. 25 Juni 1765, — waarbij de verhooging der verlaatsschotten was verboden, — werd door Drost en Gedeputeerden niet ontvankelijk verklaard; daarom werd hun de verlaging van den door hen verhoogden drempel gelast.

767. Antwoord, met bijlagen, van den heer van Echten, als hoofd-directeur van Echtens-Hoogeveen, op het door Drost en Gedeputeerden in zijne handen gestelde request van aangelanden der Hoogeveensche vaart bij Seinen-verlaat, om maatregelen te nemen, waardoor 't water hunner gronden op de Hoogeveensche vaart kan worden afgevoerd. 1768.

1 dossier.

NE. De bijlagen zijn gemerkt A, M, S, T.

76H. Request, met bijlage, van de „carspelluyden" van de Wijk aan Drost en Gedeputeerden, om schouw te houden over de Hoogeveensche vaart. 1779.

1 omslag.

NB. De bijlage is het dienaangaande ingediende request aan Ridderschap en Eigenerfden, hetwelk aan Drost en Gedeputeerden werd gerenvoieerd. De daarin genoemde bijlagen ontbreken.

De ingezetenen van de Wijk verzochten den schouw opgrond eener resolutie van Ridderschap en Eigenerfden, waarbij werd besloten dat de landschrijver Erkenswijk de vaart c. a. zoude inspecteeren en de gebreken op kosten der aangelande eigenaren doen herstellen. Dit besluit was genomen naar aanleiding van

Sluiten