Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingekomen klachten van eenige schippers en ingezetenen van Hoogeveen, als zoude door aangelanden de Hoogeveensche vaart zijn vernauwd en de stuwkaden zoodanig met hout beplant, dat de vaart daardoor bezwaarlijk bevaarbaar werd. — De requestranten kwamen daartegen op, mededeelende dat de vaart c. a. niet voldoende door de participanten werd onderhouden en dezen ook de voorbedoelde resolutie zouden hebben uitgelokt. Drost en Gedeputeerden benoemden, blijkens op het request gestelde apostille, eene commissie tot inspectie van de vaart, de verlaten en de stuwkaden.

769. „Rapport van de Hoogeveensche vaart. 1780." — Rapport van de door Drost en Gedeputeerden op 22 Mei 1779 benoemde commissie tot inspectie der Hoogeveensche vaart c.a.; met minute van het daarop door Drost en Gedeputeerden genomen besluit; en 1 kaart. 1779.

1 dossier en 1 kaart NB. Vergelijk Inv. N°. 768.

770. „Reglement op de Hoogeveensche vaart, 1783" (gedrukt); met minuteele resolutiën van Drost en Gedeputeerden betreffende de vaststelling daarvan zonder medewerking van den heer van Echten. 1783.

1 omslag.

771. Request (in duplo) van de participanten van Echtens— Hoogeveen aan Ridderschap en Eigenerfden, om alsnog gehandhaafd te worden in hun recht om van ingezetenen van Steenbergen en ten Arlo een op- en afvaartsgeld op de Hoogeveensche vaart te mogen heffen van waren, geen turf zijnde. 1784.

1 omslag.

NB. Bij vonnis van den etstoel d.d. 24 Juli 1683 werd uitgemaakt, dat de markegenooten van Steenbergen en ten Arlo vrijdom van betaling van afvaartsgeld langs de Hoogeveensche vaart zouden hebben van waren geen turf zijnde, uit hunne marken afkomstig; zulks op grond van een overeenkomst d.d. 1626 Beide stukken vertoonen dezelfde wijzigingen en aanvullingen van de hand van den advocaat Mr. H. J. Causten te Hoogeveen.

Echtens-Hoogeveen (vaart in het Pesserveld).

772. Request van Johan van Echten, heer van Echten,

Sluiten