Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

883. Aanteekening van den landschrijver Jacob Schickhart omtrent de remonstrantie, door jonker Joachim Frans Ubbena te Bunne bij Ridderschap en Eigenerfden ingediend, ter verkrijging der erkenning van het huis te Bunne als havezate, c. 1664.

1 stuk.

NB. Op den landdag d.d. 24 Febr. 1663 werden de landschrijver Schickhart en de secretaris Strüück gecommitteerd om te onderzoeken de remonstrantie en de daarbij overgelegde bewijsstukken. Op den landdag d.d. 23 Febr. 1664 werd de beslissing in deze zaak uitgesteld wegens gebrek aan tijd. Op 28 Febr. 1665 werd in de plaats van den overleden Schickhart zijn opvolger Sichterman benoemd. Op 9 November 1666 werd een opvolger voor den inmiddels overleden Strüpck gecommitteerd (zie de resolutiën van Ridderschap en Eigenerfden i.d.). Van afdoening der zaak blijkt niet.

Heffingen.

884 „Ordonnantie op het heffen van den vijftigsten penning „voor het landschap Drenthe, volgens resolutie, genomen op de „recesvergadering (van Gecommitteerde Representanten) te Assen „den 24 Sept. 1795". Te Groningen, bij J. Bolt, (1795).

1 deel (gedrukt).

NB. De ordonnantie was verder te bekomen te Meppel bij H. Voogd, te Coevorden bij J. van der Scheer en te Assen bij J. Sickens.

885. „Ordonnantie op het heffen van den hondersten penning «voor het landschap Drenthe, volgens resolutie, genomen op de „extra-ordinaris vergadering (der Representanten) te Assen den „11 Oct. 1796". Te Groningen, bij J. Bolt, (1796).

1 deel (gedrukt).

NB. Zie de noot bij N°. 884.

886. Lijsten der in verschillende plaatsen betaalde renten op het in de 50ste en 100ste penningen gestorte, door de schatbeurders toegezonden aan den landschapssecretaris. Met aanteekeningen van door den secretaris uitbetaalde renten. 1797—'98.

1 portefeuille.

Sluiten