Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NB. Het kantoor der grondschattingen, omslagen en rantsoenpenningen, waaruit ook de lijf- en losrenten ten laste van Drente werden betaald, stond onder beheer van den landschapssecretaris.

Zie de noot bij Inv. N°. 887.

887. Archieven der plaatselijke commissiën tot de invordering van den 50sten penning van de bezittingen, uitgeschreven bij ordonnantie van de Representanten d d. 24 September 1795, en van de bij besluiten der Representanten d.d. 5 April en 11 October 1796 benoemde commissie tot beraming der noodige maatregelen ter controleering dier stukken en inning van het nog verschuldigde 1796/7.

6 portefeuilles.

NB. Deze archieven zijn overgebracht naar 's landschaps secretarie ingevolge besluit van het Intermediair Administratief Bestuur d.d. 22 Februari 1799.

De inning van den 50';,en penning zou geschieden door plaatselijke commissiën „van drie of vier door het volk van ieder „carspel te benoemene burgers." De commissie maakte een register der huizen op, waarin zij aanteekende, wie uit ieder huis de storting kwam doen, welke in 3 termijnen zou geschieden. Bij de eerste storting moest eene verklaring worden geteekend, dat men zijne bezittingen naar waarheid had opgegeven. — Behalve de registers der huizen, der storting in de 3 termijnen en der onderteekende verklaringen (waarbij ook enkele losse), zijn aanwezig enkele stukken betreffende vervolging van weigerachtigen, inventarissen van bezittingen en enkele andere stukken tot de zaak betrekkelijk.

Van het gestorte zou men 3% rente ontvangen.

Er bestond evenwel ernstig vermoeden zoo al geen zekerheid bij Representanten en Gecommitteerde Representanten, dat de aangiften, althans der ambtenaren, niet uniform was geschied (notulen van Representanten d.d. 5 April 1796, van Gecommitteerde Representanten d.d. 14 October 1796). Gecommitteerde Representanten vroegen dus van de plaatselijke besturen alle stukken en droegen aan Mr. J. C. van Rossen het nader onderonderzoek op (notulen Gec. Representanten d.d. 26 April 1797).

Deze heeft ook de geldelijke administratie gevoerd der tengevolge van het onderzoek geslagen boeten enz. (zie de noot bij Inv. N°. 1805 (afd. Rekeningen)), v. Rossen behield de stukken bijna 2 jaar lang, totdat het Intermediair Administratief Bestuur ze

Sluiten