Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NB. Voorin is aangeteekend, welke kerspelsoldaten den eed voor de oppassers van de jacht hebben afgelegd over 2 Augustus 1791-1793 Mei 3.

940. Lijsten, door de respectieve schuiten opgemaakt, van de personen, die bij hen aangifte hebben gedaan, dat zij in 1794 gebruik zullen maken van hunne admissie tot de jacht. Augustus — October 1794.

1 dossier.

NB. Hierbij een paar stukken d.d. Januari en Maart 1795 over de verrekening van 't .jachtgeld" voor 1794.

De lijsten zijn in dorso genummerd 1—21. Zij dragen aanteekening, dat zij ter plaatse zijn afgekondigd.

Van enkele lijsten is een 2de exemplaar aanwezig, bevattende aanteekening van de betaling der rechten.

941. Opgaven der schuiten van hen, die in 1804 op hun verzoek eene jachtacte hebben ontvangen, en van het door hen daarvoor betaalde recht, November 1804. Met enkele begeleidende brieven en de uit die opgaven opgemaakte „Memorie van jagt„ act en uit de landschap Drenthe van den jare 1804 van de „ schoutambten". 1804.

1 omslag.

NB. De in den tekst genoemde lijsten zijn door de schuiten in Drente ingezonden bij het Departementaal bestuur van Overijsel ingevolge zijn besluit d.d. 9 November 1804.

De memorie vermeldt slechts de namen der schuitambten en de geïnde sommen.

942. Opgaven der schuiten te Beilen, Coevorden en Dwingelo, aan den drost, van overtreders van het reglement op de visscherij. 1750.

1 omslag.

NB. Ingevolge opdracht van den drost verrichtten de schuiten op 25 Juni 1750 een onderzoek in de huizen, waar zij vermoedden dat overtreders werden gevonden. Naar aanleiding hunner bevindingen zonden zij de in den tekst genoemde opgaven in.

943. „Placcaet op 't stuck van de wolvejacht", vastgesteld door „Gedeputeerde Staten" van Drente. 10 Augustus 1683. Groningen, Cath. Zandt, 1683

1 deel (gedrukt).

NB. Dit plakkaat hield in eene vernieuwing en aanvulling van

Sluiten