Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

memorie is opgesteld door den landschapssecretaris H. Weijnichman. Zij is gemerkt „N°. 8".

De stukken zijn geliasseerd geweest. — Ontbreken de bijlagen E. en J. — De bijlage, in de memorie aangeduid als A, is gemerkt B; zij heeft niet evenals de andere liasstukken een liasgat, doch wel een gelijke watervlek. Bijlage B is niet geliasseerd geweest, maar heeft wel een gelijke vlek. Bijlage C is gemerkt D; bijlage D B'i de bijlage onder G genoemd is gemerkt C; de bijlage onder K genoemd is gemerkt J en heeft geen liasgat.

In verband met Drente's geschil met Overijsel over de heerlijkheid Coevorden (vergel. Inv. N°. 962) werd bij resolutie van de Staten-Generaal d.d. 23 Mei 1604 bepaald, dat de gelden uit de verpachting der generale middelen van Coevorden provisioneel door den ontvanger-generaal der Unie zouden worden geïnd. 28 November 1609 stelden de Staten-Generaal Drente tegenover Overijsel in 't gelijk, waardoor de sequestratie een einde nam.

In verband met Drente s groote achterstallen in de generaliteits1 as ten bepaalden de Staten-Generaal, dat de Raad van State de Coevorder middelen zou blijven verpachten, totdat de achterstand door Drente was aangezuiverd (resol. Staten-Generaal d.d. 22 Maart 1610).

Het was vooral tegen dit besluit, dat Drente's oppositie was gericht. Op 17 Febr. 1612 benoemden Ridderschap en Eigenerfden de in den tekst genoemde gecommitteerden.

1016 „Stukken rakende de 500 gids. maandelijks uit de ge„neraale middelen van Coevorden". — Stukken betreffende het geschil tusschen Drente en de generaliteit over het recht der laatste op eene uitkeering van /"600.—'s maands uit de opbrengst der generale middelen van Coevorden. 1664, 1684/94, 1699/1701.

3 portefeuilles.

NB. Blijkens de oude inventarissen zijn al deze stukken, die eigenlijk zooal niet meerdere geschillen dan toch verschillende phasen van hetzelfde geschil betreffen, bijeen bewaard geweest; immers wij vinden alleen den in den tekst vermelden verzameltitel en geen der bundels afzonderlijk genoemd.

In 1600 werd Drente's quote in de generaliteitslasten vastgesteld °P % % >n de ordinaire en extra-ordinaire lasten en bovendien 500 gulden per maand uit de opbrengst der generale middelen van Coevorden ten behoeve van de vestingwerken dier stad. Tien

Sluiten