Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Friderich graaf zum Berg, waarbij hij de contributie van Drente tot onderhoud van 's konings krijgsvolk (vastgesteld volgens een lijst dd. 4 Febr 1593) ter ontlasting van Drente vermindert tot 1400 gl. volgens bijgevoegde lijst. 31 October 1596.

1 dossier.

1061. Afschrift der rekening van Bernart Boncamp, secretaris van den stadhouder van Drente enz. verdugo, wegens zijn beheer der gelden, door Drente opgebracht als contributie over de maanden Juni—Augustus 1594. (c. 1602).

1 stuk (liasstuk).

NB. De rekening werd afgesloten door de rekenkamer van Gelderland op 20 October 1600.

Na de afsluiting zijn nog enkele aanteekeningen op het oorspronkelijk stuk geplaatst tot 1606 & 1607.

Het afschrift is ongewaarmerkt.

1062. „Register van de quittantiën over de betaelinge van „contributiën van de ingeseetenen van Drente aen 's coninx „sijde, over de jaeren 1621, 1622, 1623,1624; met A. geteijckent." 3 Juli 1621—1624 Augustus 12.

1 deel.

NB. Op 23 Juni 1621 besloten Ridderschap en Eigenerfden met het oog op „de disordre in de betaelinge der vijantlicke „contributiën" en het feit, dat de dingspelen, die getrouw de schatting opbrachten, zouden mededragen de kosten der door den vijand te nemen gijzelaars —, dat die kosten voortaan zouden komen ten laste van hen, „dewelcke met genouchsaeme quitan„tiën an de h. Drost en Gedeputeerden niet sullen connen betoenen, haere quote betaelt te hebben". Een storting van het verschuldigde werd tevens uitgeschreven tegen 3 Juli d. a. v.. In verband daarmede werd dit register der kwijtingen aangelegd, om te weten wie aan hunne verplichtingen hadden voldaan; de kwijtingen werden daarin geschreven over bovengenoemden tijd.

Hierbij zijn aanwezig:

a. 9 kwijtingen, geregistreerd d.d. 3 Juli 1621 en 22 Februari 1622 (fol. 1 en 10 verso—11 verso);

b. een „Staet opt' verhoeginge van des vijants contributiën „ende hoeveele vergoedinge die beswaerde carspelen genooten „hebben", over 1621—1631

Sluiten