Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ningen bij Drost en Gedeputeerden, naar aanleiding van het maken door de Oostermoersche veengenooten eener nieuwe willekeur op het laden van turf door de schuitenschuivers te Groningen. 1655.

1 dossier.

NB. De st ad bemoeide zich met de zaak naar aanleiding eener klacht van het schuitenschuivers-gilde te Groningen.

Oostermoersche vaart (vrije vaart).

1165. „Eenige missiven ende resolutiën nopende d'vrije „vaert aent Oostermoer, om turff te halen etc. N". '27 . Stukken betreffende geschillen tusschen de veengenooten van Annen, Bonnen en Gieten c. a. en het schuitenschuivers-gilde te Groningen over de vrije vaart op de Oostermoersche vaart, z.j., 1634, 1640/3.

1 dossier.

NB. De stukken d.d. 1640/3 dragen eenzelfde vlek en zijn blijkbaar geruimen tijd bijeen bewaard geweest.

1166. Stukken betreffende het geschil tusschen Drente (waarbij zich later voegden Friesland en de Omlanden tusschen Eems en Lauwers) en de stad Groningen met het schuitenschuivers-gilde aldaar, over de vrije vaart op de Oostermoersche vaart. 1663/65, 1667.

1 portefeuille

NB. Naar aanleiding van de meerdere neiging tot het aan de snede brengen der Oostermoersche venen vonden de eigenaars dier venen het noodig, zich los te maken van contracten door hen met het schuitenschuivers-gilde te Groningen gesloten omtrent het bevaren der Oostermoersche vaart. Daardoor trachtten zij te bewerken, dat deze vaart als een gemeene rivier door een ieder bevaren zou kunnen worden.

De opzegging dier contracten had in 1663 plaats. De handel op de Oostermoersche vaart begon zich daardoor uit te breiden tot de Omlanden tusschen Eems en Lauwers. Zelfs Friesche schippers kwamen hunne waren tegen Drentsche producten inruilen. De schuitenschuivers te Groningen zagen dit met leede oogen aan, omdat zij vroeger uitsluitend de Oostermoersche vaart hadden bevaren. Op allerhande manieren trachtten zij daarom die vrije vaart te beletten. In vereeniging met de stad Groningen

Sluiten