Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd door hen ten slotte bepaald, dat alleen de schuitenschuivers te Groningen gerechtigd waren tot het bevaren der vaart. Het gevolg hiervan was, dat vele Drentse be, Friesche en Omlander schippers door Groningen werden beboet en in hechtenis genomen wegens het bevaren dier vaart. Nadat verschillende aanschrijvingen en betoogen van Drente, Friesland en de Omlanden geen succes hadden om de vrije vaart te handhaven, werd op 15 Maart 1665 tusschen partijen overeengekomen het geschil te doen beslissen door de Staten-Generaal, en werd tevens aangegeven de wijze waarop de stukken zouden worden gewisseld. Tengevolge van den Munsterschen inval ontstond eenige stagnatie in het wisselen der stukken. De hier aanwezige brieven dd. 1667 betreffen het aandringen bij Groningen op voortzetting daarvan.

Een der stukken draagt in dorso de aanteekening dd. c. 1800 van Mr. P. Hofstede : „Oude stukken de lantschap betreffende van onderscheidene inhoud van de gedep. Niesingh." 't Is echter niet met juistheid aan te geven, welke deze stukken zijn. — Vergelijk Inv. N°. 1167.

1167. Stukken, door partijen gewisseld in de procedure gevoerd voor de Staten-Generaal door de Staten van Friesland met de Omlanden en Drente ter eene, en de stad Groningen met het schuitenschuivers-gilde aldaar ter andere zijde, over de vrije vaart op de Hunse of Oostermoersche vaart. 1665—1667.

1 portefeuille.

NB. Op 16 Maart 1665 kwamen gecommitteerden van Ridderschap en Eigenerfden van Drente met gecommitteerden van de Staten van Friesland, van de Omlanden en van de stad Groningen overeen omtrent de wijze, waarop men zou wisselen de stukken met betrekking tot hun geschil over de vrije vaart op de Hunse; waarna de Staten-Generaal op die stukken uitspraak zouden doen (resolutiën Ridderschap en Eigenerfden dd. 4 Juli 1665). Daaraan zijn de hier aanwezige processtukken te danken.

Hierbij 3 afdrukken van de uitspraak der Staten-Generaal, op een waarvan 't dorsaal opschrift dd. c. 1800 van de hand van J. H. Oostino : „10. Sententie tussen Vriesland, de Omlanden en „Drenthe ter eenre en de stad Groningen ter andere zyde over „de Dreuthse wateren etc. in dato 13 Maart 1667" (lees 13 December 1667).

1168. Brief van Burgemeesteren en Raad van Groningen aan Drost en Gedeputeerden, weerleggende de gronden, waarop de

Sluiten