Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NB. Hierbij enkele stukken afkomstig van den oud-landschrijver Mr. W. H. Erkenbwijk en van den secretaris H. Vos. De eerste was een der leden van eene vroegere commissie, terwijl de laatste als secretaris der Gecommitteerde Representanten deel uitmaakte van de in den tekst genoemde commissie.

Sommige stukken kunnen afkomstig zijn van L. Grevijlink.

1179. Stukken betreffende de voorbereiding van het convenant dd. 21 Augustus 1800 tusschen de Oostermoersche en Zuidenveldsche veengenooten en de stad Groningen, omtrent den doorvoer van turf en andere producten door de stadswateren. 1800.

1 dossier.

NB. In een der stukken worden aangetroffen wijzingen van de hand van Mr. P Hofstede (een der gecommitteerden van de veengenooten).

Misschien zijn deze stukken dus van hem afkomstig.

Panders.

1180. „Lijst van de panders, welke beëdigt zijn." (1803).

1 stuk.

NB. De Commissie uit het Departementaal bestuur van Overijsel tot de financiën van Drente had in het laatst van December 1802 den schuiten opgedragen, hunne panders op den rechtdag in Febr. 1803 ter beëediging naar Assen te zenden. Niet allen hadden daaraan gevolg gegeven. Daarom richtte de Commissie op 21 Maart 1803 eene aanschrijving aan de schuiten, wier panders nog niet beëedigd waren, met last hen alsnog op den rechtdag van 2 Mei d. a. v. te doen beëedigen.

Op 2 Mei werd evenwel geen rechtdag gehouden en de notulen der eerstvolgende vergadering zwijgen over deze zaak, evenals die van Febr. 1803. Het stuk is echter geschreven door dezelfde hand als de geregistreerde notulen, terwijl op 27 April 1809 de landdrost goedkeurde de aanstelling van den opvolger voor den in deze lijst genoemde pander te Zweelo.

Patriottische woelingen.

NB. Vergelijk Inv. Nos. 784—788 (Exercitie-genootschappen en societeiten).

1181. Couranten met berichten omtrent de patriottische woelingen in 1787 en 1788 1 Januari 1787—1788 Maart 31.

1 deel.

Sluiten