Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1494. Opgaven door de gemeentebesturen en schuiten van de namen, den ouderdom enz. der jongelingen van 15—25 jaar, uit diaconie-kassen onderhouden wordende of geweest zijnde. Met 3 brieven betreffende de recruteering in Drente. 1806.

1 portefeuille.

NB. In de vergadering van het landschapsbestuur d.d. 9 October 1806 „ stonden" de schuiten van Drente „binnen" en werd hun medegedeeld eene aanschrijving van den luitenant-generaal Daendels, „in substantie houdende, „dat over de geheele be„ „volking van de landschap van de 200 zielen een weerbaar man, „„oud tusschen de 15 a 16 en 28 jaren, ten dienste der armée „„met de meeste spoed moet worden gelevert"". Tevens werd medegedeeld, dat de „alumni van de onderscheidene diakoniën" en de vroeger door haar „gealimenteerden", mits niet gehuwd en van den opgegeven leeftijd in vermindering van het gevorderde aantal zouden worden aangenomen. Daarom moest ten spoedigste opgave van naam, woonplaats en ouderdom van hen bij het landschapsbestuur worden ingezonden (not. landschapsbestuur d.d. 9 October 1806).

De luitenant-generaal Daendels spoorde bij brief d.d. 11 October d.a.v. tot bespoediging der recruteering aan, en verzocht daarom „om dadelijk te laten opkomen zoodane bedeeldens of die „bedeeld geweest zijn, als de scholtessen in de landschap order „hebben op te sporen". Eene aanmaning aan de schuiten tot bespoediging der zaak was daarvan het gevolg (not. landschapsbestuur d.d. 13 October 1806 N°. 3).

De brieven zijn van 16 en 17 October 1806 en door of namens den luitenant-generaal Daendels geschreven aan Mr. P Hofstede, secretaris van 't landschapsbestuur.

1495. Opgaven door de gemeentebesturen en schuiten van de jongelingen, in wees- en armhuizen en andere liefdadigheidsgestichten verpleegd wordende of daaruit afkomstig, die vrijwillig zich willen verbinden tot den militairen dienst. 1806.

1 omslag.

NB. De recruteering uit de liefdadigheidsgestichten (zie Inv. N°. 1494) schijnt in het land ongenoegen te hebben verwekt. Het was daarom, dat bij schrijven van 21 October 1806 de minister van binnenlandsche zaken aan het landschapsbestuur mededeelde den wensch des konings, dat „alleenlijk en bij uitsluiting zulke jonge„lingen moesten worden afgehaald, welke de keuze van den dienst

Sluiten