Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toestand v/d. inwoners.

1623. Opgaven der schuiten en gemeentebesturen omtrent de gesteldheid der inwoners en de opbrengst van de beschreven middelen en het patent; met gedeeltelijk hieraan ontleende, minuteele „opgave der boschgronden mitsgaders van den opbrengst der „beschrevene middelen en het patent in het departement Drenthe". 1807/8.

2 portefeuilles.

NB. De koning wilde nauwkeurig op de hoogte worden gebracht van de gesteldheid der ingezetenen, „ten einde met grond „te kunnen oordeelen over de middelen, welke tot soulagement „van het volk zouden kunnen worden aangewend, en om die „modificatie in het stelsel van finantiën daar te stellen, welke „zullen worden noodig geoordeeld" (considerans van 't koninklijk decreet d.d. 28 Mei 1807 N°. 1). Hij droeg daarom den landdrosten op, in alle gemeenten registers te doen vervaardigen, vermeldende: het getal inwoners (ongehuwden met of zonder dienstboden, gehuwden met kinderen en dienstboden), de betaalde huren, de beroepen, het aantal hoórnbeesten, paarden en schapen, en de hoeveelheid wei- en bouwland bij de boerderijen en den aanslag in het personeel, het dienstbodengeld, het hoorngeld en het patent (verbaal landdrost d.d. 4 Juni 1807 N°. 3).

De landdrost vroeg van de schuiten en gemeentebesturen deze registers op 8 Juni d.a.v. (N°. 5), doch begaf zich in eene nadere gedachtenwisseling met den minister van binnenlandsche zaken omtrent 's konings verlangen.

Dit had terugzending der registers aan de plaatselijke besturen ter omwerking tengevolge (verbaal landdrost d.d. 7 Augustus 1807 N°. 2). Nadere toelichtingen gaven weder aanleiding tot het vragen van gewijzigde registers (verbaal landdrost d.d. 25 November

1807 N°. I en 2 Maart 1808 N°. 1). Eindelijk werden op 2 Juli

1808 de tabellen opgezonden aan den minister van binnenlandsche zaken, begeleid door een uitvoerig schrijven (uitgaande brieven landdrost Litt. D N°. 29). Aan de 2de sectie van den staatsraad, die een soortgelijk rapport verlangde, verzocht de landdrost te mogen volstaan met op zijn rapport van 2 Juli een toevoegsel in te dienen betreffende alleen de opgave van de boschgronden en de opbrengst van de beschreven middelen en het patent (verbaal landdrost d.d. 9 Augustus 1808 N°. 7, uitgaande brieven Litt. D N°. 74). In aansluiting hieraan vroeg hij op 10 September 1808 (N°. 4) eene opgave van den aanslag der ingezetenen in het patent

L

Sluiten