Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d.d. 16 Maart 1796 werd Gecommitteerden Representanten opgedragen de instructie te wijzigen en werd de Beilervaart onder de administratie opgenomen.

1796. Rekeningen van den administrateur van vaart en venen, over 1 Januari 1774 —1809 December 31. Met bijlagen.

35 portefeuilles.

NB. Ontbreken: de rekeningen over 1 Januari'—31 December 1782, en 1 Januari—31 December 1801.

13. Beheerder der admissie-gelden tot de jacht.

NB. Het reglement op de jacht d.d. 22 Maart 1791 (resolutie Ridderschap en Eigenerfden d.d. 22 Maart 1791) bepaalde o.a., dat voor de uitoefening van de jacht een adraissie-geld verschuldigd zou zijn, dat bij dea schulte moest worden gestort (artt. 4 en 5). Jaarlijks vöör 10 Januari waren de schuiten verplicht ter landschapssecretarie in te zenden de lijsten van de aangegeven jagers en de door hen ontvangen gelden (art. 44). De administratie over deze gelden werd gevoerd door den landschapssecretaris. Eene instructie daaromtrent is niet aanwezig. Bij het jachtreglement d.d. 1794 werd voorgeschreven, dat de gelden door de schuiten aan den klerk ter secretarie moesten worden afgedragen (art. 45 j°. artt. 3 en 4).

1797. Rekeningen van W. H. Hofstede (landschapssecretaris) van zijn beheer der gelden, ontvangen van de geadmitteerden tot de jacht, over 1791 — 1794. Met bijlagen.

1 bundel.

NB. Bij de rekening over 1791 is o.a. eene lijst der geadmitteerden tot de jacht in dit jaar.

14. Administrateur der kas ad pios usus.

NB. Bij besluiten uit het begin der 17de eeuw trokken Drost en Gedeputeerden de goederen der abdijen te Assen en te Dikningo aan zich. Zij bepaalden toen echter tevens, dat deze goederen zouden strekken ad pios usus (Magnin, Losse bladen uit Drenthe's geschiedenis, bladz. 156).

De inkomsten eruit werden dan ook behalve voor 't onderhoud (althans ten deele) bestemd voor kerkelijke doeleinden. Toen in de 2de helft der 18de eeuw de uitgestrokte venen, in de marken van Witten, Halen en Hij ken gelegen en afkomstig van de

Sluiten