Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kuiper te dienen, zoolang hij kan werken; onderdanig en trouw te zijn in alle diensten, die hem zullen worden opgedragen, zonder tegenstreven, „gelijck oft ick geestelijck were' ; en 't convent tot erfgenaam te maken van al wat hij bij zijn dood in of buiten 't klooster zal bezitten, met uitzondering van circa 20 gulden, waarover hij beschikt had vóór zijne opname in 't klooster, en 1 daalder jaarlijks van 't bodeschap te Vffelte, waarvan hem de vrije beschikking was vergund; terwijl de 1 ü daalders, die Karst 't convent had voorgeschoten, en zijn achterstallig loon hem door 't convent zullen worden teruggegeven, wanneer dit vordert, dat hij 't geestelijk kleed aantrekke. Met bepaling dat Karst ingeval van verzet tegen den abt, t convent of den keldermeester zijn prebende en 'tgeen hij in t klooster verdiend heeft zal verbeuren, terwijl overigens alle schade op zijne goederen mag worden verhaald.

Met vermelding der mede-onderteekening door den conventuaal Anthonijs Meüüss, priester, en Johan Harmenss., schulte te Pess.

Anno XVC LXIX den 17 Marty.

Afschrift (Inv. N°. 671 (afd. Varia)). Het oorspronkelijk stuk was geteekend door den abt, Karst Janss, Antonius Medss alias Holle en Jan Habmenss. Het afschrift is gewaarmerkt door den secretaris der stad Hasselt S. Siccama.

135 1570, Februari 16.

Ph/L/pS, koning van Castiliën, heer van Vrieslant en Groningen enz., beveelt een deurwaarder, ten verzoeke van Hermannus van der Burcht abt te Dickeninge te executeeren de aangehechte interlocutoire sententie tegen Henrich van Munster heer te Ruijnen '), en den abt te stellen in het bezit van Schoneganges goet.

Gegeven op onsen huyse Vollenhoe, den XVIen Feb. int jaer onses Heeren duysent vijff hondert t'seventich, stilo veteri, van onsen rijcken te weeten van Spangiën, Sicilliën 't XVe ende van Naplis 't XVII6.

Afschrift (17de eeuw) (Inv. N°. 640 (afd. Varia)) op papier, naar een afschrift d.d. 1646. — Het oorspronkelijk stuk was bezegeld met „onsen segel, datwelcke wij in onsen voors. lande van „Overijssel ad causas gebruijcken", in roode was; terwijl op de plicque geschreven stond : „ Bij den coningh ; ter relatie van Sijne „Majesteyt, Roelinck".

') Zie regest Dikninge N°. 429.

Sluiten