Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

141. 1573, Juni 10.

Ph/l/pS, koning van Castilliën enz., heer van Vrieslant enz.; verklaart in overleg met zijn stadhouder, gouverneur en kapiteingeneraal in de Erffnederlanden, den hertog van Alue, en met de hoofden, thesaurier-generaal en gecommitteerden van 's konings domeinen en financiën, te beloven „in coninclycke ende princelycke „woirden" aan de edelen, eigenerfden en inwoners van het land van de Drenthe, dat de 14400 ponden —, door hen in Juli 1572 aan den heer van Billy, kanselier van Oueryssel en drost van Coeuoerden, opgebracht ten behoeve der bezetting binnen Groeningen, en thans door hem niet terug te geven, omdat hij zooveel geld noodig heeft voor soldaten tegen „die rebelle ende wederspennige" in de Erffnederlanden, — zullen worden gekort aan de eerfcte bede, die door Drenthe aan den koning zal worden bewilligd, waarbij dit stuk den betrokken rentmeester tot kwijting zal strekken. Met bevel aan hoofd, presidenten en lieden van de Secreeten en Grooten Raden, stadhouder kanselier en raden van 't land van Oueryssel, Drenthe en Lyngen, die van 's konings financiën en rekeningen in Hollant en wie dit verder aangaat, om die van de Drenthe van deze belofte des konings te doen genieten.

Gegeven in onser stadt Nyemegen, den Xen dach van Junio int jaer onss Heeren duysent vyfhondert dryentzeventich, van onsen rycken te wetene van Spaengnyen, Sicilliën etc. tXVllI® ende van Napels tXXe.

Oorspr. (Inv. N°. 211 (afd. Privileges)). Met het zeer geschonden zegel des konings in roode was, en op de plicque namens den koning, den gouverneur-generaal, het hoofd en de gecommitteerden van de financiën geteekend door d'Oüerlokpk.

142. 1573, December 22.

Ph/L/ps, koning van Castilliën enz., heer van Groeningen enz., keurt goed en beveelt te handhaven de uitspraak dd. 13 Juni 1573 door JOHAN Fonck proost van St. Marie te Utrecht in 't geschil tusschen de ridderschap, „eygenaren" en ingezetenen van 't land van Drenthe en den bisschop van Groeningen, bepaaldelijk over 't jus de non evocando.

Ghegeven in onser stadt van Bruessele, den XXIIen dach van December, int jaer ons Heeren duyssent vyfhondert ende driën-

Sluiten