Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raai van 't land van Drenthe heeft afgelegd in handen van dien president, waarvan de acte is gesteld in dorso eener andere algemeene commissie d.d. 1 Juli 1585 betreffende „de gouvernementen'' van Yrieslandt, Groningen, Ommelanden en Lingen.

Actum Groningen, den XXII Decembris 1587.

Afschrift (Inv. N°. 1244 (afd. Varia)), in een vidimus d.d. 11 Januari 1589 (regest N°. 153).

153. 1589, Januari 11.

Stadhouder en hoofdmannen van de stad en de Ommelanden van Groningen van wege den koning van Spangiën etc. als hertog van Brabant, graaf van Hollant en erfheer der gezegde stad en Ommelanden, erkennen te hebben gezien en gelezen de acte van aanstelling d.d. den thiensten dach van October int jaer ons Heren 1587, door koning Philips van Francois van Verdugo tot stadhouder en kapitein-generaal van Drente (zie regest N°. 151), waarop in dorso was geschreven eene verklaring van zijne eedsaflegging d.d. 22 December 1587 (zie regest N°. 152).

In den jaere ons Heren duysent vijffhondert negen ende tachtentich den elfften Iannuarij.

Oorspr. (Inv. N°. 1244 (afd. Varia)). Het groot-zegel van stadhouder en hoofdmannen „van wegen Cor. Ma'." is verloren.

Afschrift (Inv. N°. 1246 (afd. Varia)) d.d. c. 1615.

154. (1591 »)).

De ingezetenen van 't landschap Drente (bepaaldelijk die van Nodervelt, Rolderdrinckspil, Anloe, Gieten en Zuijdtlaren), met pater en convent van't Geestelijcke Maechden-clooster, procurator van't Begunste Collegie en de andere hospitaal-meesters der gasthuizen te Groeninghen en alle burgers aldaar, die onroerend goed in Drente bezitten, herinneren den koning eraan, dat zij reeds vroeger hebben gewezen op de onmogelijkheid voor hen door de verwoesting van't land om de domein-pachten te betalen, en verzochten hun die kwijt te schelden; dat de tijd voor de „atterminatiën11, daarop door hem toegestaan, ten einde loopt en de rentmeester der domeinen tegen hen wil optreden; dat dit onbillijk is, waar zij reeds zoozeer uitgeput zijn;

') Dit regest, hoewel van een request, is opgenomen tot goed begrip der daarmede samenhangende regesten Nos. 155—157.

Sluiten